De laatste pot aardbeienjam naderde afgelopen week de bodem. Het was voor mij het signaal om het vandaag op de zaterdagmarkt nog eens te proberen. Samen met Doris toog ik na een overvolle Lidl even snel de markt over.

Geen kraam had nog aardbeien, soms een enkel bakje, waarboven een peperdure prijs hing. De kraam waar ik afgelopen zomer drie kilo aardbeien weghaalde beloofde evenmin wat te worden. We sloten keurig aan in de rij, waar geen Nederlands gesproken werd, maar waar wel gevochten werd om een zakje komkommers of courgettes.

Geen aardbeien, maar in één van mijn ooghoeken zag ik twee zakjes met aardbeien op een leeg pallet liggen. Ik stiefelde in de richting van de jongeman die in de weer was met het stapelen van doosjes. ‘Wat moet je hebben voor zo’n zakje aardbeien?’ vroeg ik hem. ‘Eén euro?’ ‘Oké, verkocht en met dat andere zakje twee euro?’ Hij knikte en ik betaalde hem, volgde hem met de zakjes om het wisselgeld gelijk mee te kunnen nemen.

Nu ruikt het hele huis naar de aardbeien die Inge omgevormd heeft tot jam. De potjes staan nog op de kop, maar als Inge ze omdraait geven ze zo’n mooie ‘plop’. Het blik van het dekseltje trekt samen, doordat het vacuüm trekt.

Morgen een ontbijtje met echte aardbeienjam…