Kwart voor zeven, de duisternis slokt de fietser zonder licht op. Alleen het trappen verraadt zijn komst. De stilte slaat om zich heen. Het station Muziekwijk wacht aan het eind van het fietspad.

Dan versperren twee agenten zijn pad. ‘Halt, politie. U rijdt zonder licht. Daarvoor krijgt u een bekeuring.’ Dat had hij op dit vroege tijdstip niet verwacht. Het licht doet het niet, daarom brandt het niet. ‘Heeft u uw legitimatiebewijs bij u?’ Hij laat zijn NS-abonnement zien. ‘Uw rijbewijs of zo?’ Hij speurt naar zijn rijbewijs en vindt het pasje achter het treinabonnement.

Hij vraagt of hij de fiets alvast mag wegzetten, want hij wil de trein halen en laat zijn rijbewijs bij hem achter. Als hij terugkomt, zegt de agent: ‘Ik kan u nog veel vertellen over hoe u uw verlichting moet voeren, maar u bent daarin denk ik niet geïnteresseerd.’ De trein lijkt in aantocht, toch vraagt hij naar de bekende weg. ‘Mag ik ook van die losse lampjes bevestigen?’ ‘Ja, voor vier euro bij de ANWB-winkel.’ Ondertussen passeren twee fietsers zonder licht.

Het gele papiertje vertegenwoordigt een waarde van 35 euro voor rijden zonder licht. Bij het merk fiets staat een streepje en bij de kleur staat de onlogische combinatie ‘grijs/bruin’, gezien in de duisternis, want het is een groene fiets. Een waarschuwing kon er niet vanaf.