Het Jip-en-Janneke-tasje was gisteren bij de oppas blijven liggen. Met dikke tranen vertelde Doris gisteravond dat ze het tasje vergeten was. Vanmorgen bracht ik haar naar school en kreeg ik het vergeten tasje mee van de oppas waar we vlak langslopen als we naar school gaan.

In het tasje zat Rupsje Nooitgenoeg, de figuur van het gelijknamige kinderboekje uit 1969. Het tasje was een uitleentasje dat elk kind van de klas mag meenemen naar huis en de volgende dag weer terugbrengt. Het rupsje wilde gisteren mee met Doris, stond in het schriftje.

In het schriftje kunnen de ouders de ervaringen met het verhaal opschrijven. Wanneer en waar het voorgelezen is, wie het voorlas en wie het verhaal hoorden. In het schriftje stond vandaag uitvoerig het verhaal dat het was blijven liggen bij de oppas en hoe jammer we dat allemaal vonden.

Vanavond mocht Rupsje Nooitgenoeg bij Doris in bed slapen. Voordat hij ging slapen, at hij een hap uit papa’s trui.

In zijn bloemlezing De Nederlandse kinderliteratuur in 100 en enige verhalen, schrijft kinderverhaallezer Abdelkader Benali over zijn eerste leeservaring. Het gaat om, geloof het of niet, over Rupsje Nooitgenoeg: ‘Mijn eerste meesterwerk was Rupsje Nooitgenoeg, dat ging over een rupsje dat zich pagina na pagina door van alles en nog wat heen eet, zodat hij een vlinder kan worden.’