Als je boek verguist wordt, wil je misschien zo snel mogelijk dat je niet bestaat. Of dat het boek dat je geschreven hebt, niet bestaat. Philip Roths nieuwe roman The Humbling komt er bij de heren critici slecht van af. Vooral bij de Britten moet hij het ontgelden: ze noemen de roman het meest depressieve boek dat dit jaar verschenen is (The Times), of The Observer noemt het ‘dismayingly poor’.

Na zulke typeringen zoek je zo snel mogelijk afleiding. Dat doet Philip Roth ook door in interviews te praten over de toekomst van de roman. De roman, zo vindt hij, is over 25 jaar voltooid verleden tijd. Het boek verliest de strijd met het beeldscherm. Mensen kunnen zich niet meer zo lang concentreren door een hele roman uit te kunnen lezen. De kleine groep lezers is verwaarloosbaar, misschien is ze iets groter dan de twee mensen die nu nog Latijnse poëzie lezen, maar veel groter zal de groep niet zijn.

Onzin natuurlijk. Ik wandelde na het lezen van dit bericht gewoon een normale boekwinkel binnen en zag stapels boeken aan mij voorbij gaan. Het ene boek nog dikker dan het andere. En ze worden allemaal grif verkocht. Ik zie eerder de komst van het beeldscherm als oorzaak van deze dikke boeken. Iedereen kan ineens schrijven en geeft een boek uit. Het verhaal van Maarten van der Weijden ligt in de boekwinkels, naast de ontboezemingen van andere grootheden.

De komst van de computer heeft nog voor iets gezorgd: doordat alles zo simpel geknipt, geplakt en gekopieerd kan worden, verliezen schrijvers zich in het aantal pagina’s. De roman is er alleen maar dikker op geworden. Ook lijkt de zorgvuldigheid waarmee boeken geschreven werden, meer en meer achter de horizon te verdwijnen.

Positief nieuws dus voor Roth: zijn boek past in de trend, het is snel en slordig geschreven op het beeldscherm. Over 25 jaar lezen we flarden van een roman in een heel dik boek, zonder plot en zonder eind. Dat is de toekomst van de roman.