Sinds een week beheerst Doris het fietsen zo goed dat ze er geen genoeg meer van krijgt. Gisteren en vandaag bracht ze goeddeels op haar tweewieler door. Ze rijdt dan rondjes op het pleintje achter. Soms komt ze even binnen om een kastanje of bosje bladeren te laten zien voor op de herfsttafel.

Dan vraagt ze of ik met haar wil meegaan naar het schoolplein. ‘Van de Waterlandschool’, voegt ze er aan toe. Ze heeft nog even zin om in het klimrek te hangen en een lange fietstocht trekt altijd. Ik ontdek vlak voor vertrek dat ze haar voeten op de grond zet om te remmen en gebruik het tripje gelijk even om haar de werking van de achteruittraprem te laten proberen. Bovendien kan ze heel hard rijden op het fietspad, terwijl ik achter haar aan hol.

Bij het schoolplein aangekomen nestel ik mij op één van de twee bankjes. Doris hangt al in het blauwe klimrek en trekt zich aan de stalen buizen omhoog. Als ze halverwege is, kijkt ze me aan en vraagt: ‘Papa, heb jij geen boek bij je?’ Ze heeft gelijk, normaal ga ik dan op het bankje zitten en wat zitten lezen. Nu had ik me voorgenomen om even alle aandacht voor het kind te hebben en het boek thuis te laten liggen. Betrapt.