Even heerste de geest van Junghuhn afgelopen weekend in zijn geboorteplaats Mansfeld. Zaterdag was er ‘s morgens om 9 uur de onthulling van de opgeknapte gedenksteen. Daarna liep het gezelschap naar het slot van Mansfeld om in vier lezingen kennis te maken met de veelzijdigheid van deze negentiende-eeuwse natuuronderzoeker. Op zondagmorgen werd tenslotte een kersenboom geplant als aandenken van zijn 200e geboortedag.

Mansfeld timmert op imagogebied hard aan de weg met de trots van Duitsland, Martin Luther. Luther is opgegroeid in Mansfeld en ging er naar school. Van 1484 tot 1497 woonde hij in het stadje dat in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt ligt.

Dat Franz Wilhelm Junghuhn ook een kind van Mansfeld is, weten wat minder mensen. Sowieso zijn veel minder mensen bekend met de naam van de natuuronderzoeker. Als ik iemand over mijn afstudeerscriptie vertel, moet ik de naam altijd spellen en krijg ik een hoofdschudden als bevestiging dat ze de naam echt niks zegt.

Dit weekend was er een voorzichtige toenadering tot deze Duitse natuuronderzoeker in Nederlandse dienst die het hele eiland Java letterlijk en figuurlijk in kaart heeft gebracht. Op 26 oktober was het namelijk 200 jaar geleden dat Junghuhn in Mansfeld werd geboren. De organisatie van de festiviteiten was in handen van de Heimatverein Mansfeld, een enthousiaste club mensen die hun woonplaats een warm hard toedragen.

Op zaterdagmorgen 9 uur werd in aanwezigheid van onder andere Eelco Postma van het KNAG de opgeknapte gedenksteen van Franz Wilhelm Junghuhn onthuld door de burgemeester Dietmar Sauer. Het KNAG heeft zich in 1909 (bij de 100e geboortedag) ingezet om de gedenksteen op het geboortehuis van Junghuhn te plaatsen. In 1983 is het huis afgebroken en een aantal jaren later is de gedenksteen op de lege plaats opgesteld. Het eigenaardige is dat de tekst op de gedenksteen in het Nederlands is opgesteld. Volgens de burgemeester duurde het enige jaren voor de steen haar nieuwe plek kreeg. Hij gaf hiervoor de schuld aan het DDR-bestuur van de gemeente: ‘Als Junghuhn een communist geweest was, stond de steen er binnen 14 dagen weer’, aldus Sauer.

Dietmar Sauer, kort na de onthulling van de opgeknapte gedenksteen

De tekst op de steen was de laatste jaren steeds moeilijker leesbaar geworden, waardoor een opknapbeurt geen overbodige luxe was. De belangstelling voor de onthulling van het opgefriste monument afgelopen zaterdag was heel aardig. Zeker vijftig mensen woonden het evenement bij. Voor een plaats met nog geen 9.000 zielen is dat niet niks. Ook de speciale tentoonstelling in de school waar Luther en Junghuhn leerden lezen en schrijven, trok veel belangstelling van het publiek. Initiatiefneemster Renate Sternagel uit Berlijn, gaf een korte inleiding en presenteerde ook het speciale tentoonstellingsboekje van het Goethe Instituut.

Het kasteel waar zaterdag de lezingen werden gegeven.
De onthulde gedenksteen met het slot op de achtergrond.

Daarna maakte de groep de wandeling naar het kasteel, dat op de tegenoverliggende bergrug is gebouwd. Het slot Mansfeld is het enige overgebleven kasteel van de drie kastelen die er in de tijd van Luther hebben gestaan. In de ruïnes van de andere kastelen, deed Junghuhn een zelfmoordpoging in het voorjaar van 1830. Hij was toen 21 jaar. Het verhaal gaat dat zijn vader, de arts van het mijnwerkerstadje Mansfeld, zich aankleedde bij het horen dat er iemand zichzelf had verwond om zich van het leven te beroven. Toen ze hem vertelden dat het zijn zoon was, scheen hij direct zijn laarzen weer uit te trekken. Later vond vader het nog altijd onbegrijpelijk dat zijn zoon die notabene medicijnen studeerde in Halle, zich in het achterhoofd kon schieten. ‘Daar had hij moeten schieten’, zou hij gezegd hebben, waarbij hij op zijn voorhoofd tikte.

Drie sprekers Renate Sternagel, Thilo Habel en Gerhard Aust bekijken de Kaart van Java van Junghuhn.

In het nabijgelegen kasteel hield ik mijn lezing over Junghuhns natuurfilosofie en ik betrok daarbij ook zijn reizen. Het was onderdeel van vier lezingen die de vooral de veelzijdigheid van Junghuhn lieten zien. Renate Sternagel opende met haar inleiding op het leven van Junghuhn en de relatie met Mansfeld. Junghuhn hield niet van Mansfeld en ze greep gelijk een onbekend moment uit zijn biografie aan. Het moment dat Junghuhn in november 1848 in Mansfeld zijn moeder en zus bezocht. Vier jaar eerder was zijn vader overleden. Naast Junghuhn moet ook zijn tien jaar jongere broer Karl het ouderlijk huis in Mansfeld hebben bezocht. Zijn broer werd gezocht omdat hij bij de opstandelingen hoorde van de revolutie in Wenen. ‘Eindelijk was Junghuhn niet meer het zwarte schaap van de familie’, vertelde Sternagel. ‘Hij was immers een gerenomeerd wetenschapper met heel veel materiaal dat hij de komende jaren zou gaan uitwerken.’ De broer Karl emigreerde na het bezoek aan zijn moeder en zus naar Amerika. Daar verging het hem ook niet geweldig. Hij werd tot Franz Wilhelm Junghuhns dood in 1864 financieel ondersteund door zijn broer. Kort na het bezoek van de twee Junghuhns aan Mansfeld, verkocht moeder het huis en verliet het mijnwerkersstadje.

Ik vergeleek in mijn lezing de schrijver Jan Wolkers met de natuuronderzoeker Franz Wilhelm Junghuhn. Ik gebruikte hiervoor een beschrijving van Jan Wolkers van de vulkaan Tangkuban Prahu op Java. Het fragment uit de roman De Walgvogel zat vol met de stinkende geur die uit de vulkaan opstijgt en de onleefbare omstandigheden daar. Ik plaatste het fragment tegen de romantische beschrijving van Junghuhn, uit het boek Terugreis van Java naar Europa uit 1851. In deze beschrijving toont zich een meester van de observatie en de werking die dit heeft op de reiziger. Naar mijn mening behoort dit tot één van de mooiste passages uit de Nederlandse literatuur. Je voelt als lezer hier het naderende afscheid en de onzekerheid of hij zijn lievelingsvulkaan ooit zal terugzien. Ondanks het grote verschil in de twee
fragmenten, probeerde ik ook te zoeken naar de overeenkomst tussen de twee schrijvers. Junghuhn en Wolkers hadden allebei een enorme vrijheidsdrang, ontstaan vanuit het losmaken van de autoritaire vader. In zekere zin vonden ze allebei de vrijheid, de één in de natuur, de ander in de kunsten.

Worst en broodjes bij de Imbiss

In de pauze na de Imbiss stond een korte excursie naar de kerk van het kasteel op het programma. Het drieluik boven de altaar was indrukwekkend en de graven van de graven maakten het beeld compleet. Ook het koorhek, opgetrokken van het Mansfelder koper, zag er goed uit. Apart was dat het rond de reformatie werd opgeleverd. Het was bedoeld om de relieken te tonen, maar de reformatie maakte dat de plek waar de reliekenschrijn zou komen, werd omgebouwd tot preekgestoelte. Dat is nog eens creatief omgaan met veranderingen.

Het drieluik in de kerk van het slot van Mansfeld
Het koorhek in de slotkerk

Thilo Habel vertelde aan de hand van de bijzondere lithografieën in het werk van Junghuhn over de drukgeschiedenis. Zo bleek dat vanaf de publicatie van de Bataklanden in 1847 tot aan de Duitse uitgave van Java in 1857 tekeningen van aparte vellen buiten de tekst, de tekst ingezogen werden. Daarnaast plaatste Habel de ingekleurde litho’s van Junghuhn in een internationaal kader, naast tekeningen in het wetenschappelijke werk van Humboldt en tijdgenoten als Darwin en Lyell. De mooiste platen projecteerde de beamer op het scherm, waarbij de beelden van Junghuhn niet onderdoen ten opzichte van zijn tijdgenoten.

De vierde spreker, Gerhard Aust, gaf een inkijkje in de ongekende gedetailleerdheid die Junghuhn als cartholoog aan de dag legt. Zo demonstreerde hij aan de hand van Junghuhns beroemde kaart van Java uit 1855 wat voor een ongekende prestaties Junghuhn leverde ten opzichte van eerder werk van Raffles. Zelfs de latere kaartmakers lieten gaten achter. Junghuhn heeft daarmee letterlijk en figuurlijk het Aziatische eiland in kaart gebracht. Volgens Aust zijn de gegevens die Junghuhn verzamelde nog altijd bruikbaar voor vulkanologen. Ze leveren een belangrijke bijdrage aan de ontwikkelingen van bepaalde vulkanen op Java.

De vier bijdrages toonde de veelzijdigheid die Junghuhn bezat, zo concludeerde ook de dagvoorzitter van de Heimatverein in Mansfeld, zaterdagmiddag in de blauwe zaal van het slot. De geïnteresseerde kreeg een gevarieerd beeld van de natuuronderzoeker en de lezingen gaven de nieuwsgierige zeker een hang naar meer.

De voorzitter van de Heimat Verein plant de vogelkers, de boom die 150 jaar oud kan worden.

Op zondag werd het Junghuhn-weekend afgesloten met het planten van een speciale Junghuhn-boom. Het is een vogelkers geworden, de boom van het jaar 2010 in Duitsland en daarnaast een boom die Junghuhn zo vreugdevol begroet als hij voet zet aan Europese wal bij zijn terugreis in 1848:

Hoe schoon kwamen deze boomen thans aan mijn oog voor, toen ik dezelve voor de eerste maal, na eene scheiding van 14 jaren, weder aanschouwde en hun in stilte toeriep: “zijt gegroet, gij van ouds mij bekende gedaanten, want met u vangt mijn vaderland aan!” (Terugreis, 121)

Gezicht op Mansfeld