Voor de zesdelige cd-serie Concert Populaires bespeelt Gierling vier Rotterdamse orgels (Stadhuis, Delfshaven, Laurenskerk (hoofd- en transept-orgel)) en Schiedam (grote kerk). Centraal in deze reeks staan de verschillende transcripties, bewerkingen van Geert Bierling zelf van bekende orkestmuziek voor orgel. Zo speelt hij Vivaldi’s Vier jaargetijden, zes orgelconcerten van Händel, diverse orkestmuziek van Bach en romantische muziek als Ravels Bolero, Bizets Carmenfantasie en de Notenkraker Suite van Tsjaikowsky.

Prachtige bewerkingen die een ander licht op het orgel werpen en haar eindelijk verlossen van het religieuze imago. Vooral het relatief onbekende Standaart-orgel in het stadhuis van Rotterdam is een prachtig instrument, zo demonstreert Bierling. Verschrikkelijk veel orgels van Standaart moesten het veld ruimen, met name in de jaren zestig en zeventig. Ze werden gezien als instrumenten uit het dieptepunt van de orgelbouw.

Centraal in deze hele orgelvernieuwing stond de stad Rotterdam. Hier verrezen instrumenten van de firma Marcussen (drie orgels in de Laurenskerk), Flentrop (in De Doelen) en Van Vulpen (zeer veel instrumenten zoals in de Pauluskerk en de Hoflaankerk). Deze bouwers gelden als dè vertegenwoordigers van de Neo-barok, een orgelbeweging die de orgels van de zeventiende en achttiende eeuw als hoogtepunt uit de orgelgeschiedenis zagen. De komst van moderne technieken als de pneumatiek aan het einde van de negentiende-eeuw gold voor deze bouwers als het dieptepunt van de orgelbouw.

Een duidelijke afkeuring van het arrangeren van orkestmuziek, klinkt door in een interview van George Stam (in de jaren vijftig en zestig de organist van de Laurenskerk in Rotterdam). Hij keurt duidelijk de orgeltranscriptie van het populaire muziekstuk af: ‘In die tijd werd veel op orgel gespeeld dat niet door de beugel kon. Men greep nog al te vaak naar dat bewerkte spul, zoals pianostukken van Beethoven, de Sonate Pathétiquem of ‘ Lieder ohne Worte’. Dat gebeurde zelfs in de orgelbespelingen die wekelijks afwisselend in de Oude en Nieuwe Kerk te Amsterdam werden gehouden.’

Duidelijk een afwijzing van een muziekpraktijk. Het is doorgeslagen naar het ‘echte en grote’ orgelwerk waardoor het orgel een geïsoleerd bestaan heeft gekregen. De praktijk blijft weerbarstig, want ik tref weinig navolgers van iemand als Geert Bierling. Dat is jammer, want ik zag vorige week hoe een groot publiek bereikt kan worden met een transcriptie van het zeer bekende werk Canto Ostinato van Simeon ten Holt.

Bierling zou van mij zelfs een stapje verder mogen gaan en ook de populaire muziek van dit moment mee mogen nemen in zijn concertprogramma’s. Dat betekent dat muziek van popartiesten als Michael Jackson, Anouk of Adele best gearrangeerd mogen worden voor orgel.


Links
Kijk op www.classicalrecords.nl voor een interessante aanbieding van deze zes cd’s.