Een medestudente van mij had een gruwelijke hekel aan boekenmarken. ‘Daar schuifelen van die oude mannetjes voorbij die dan neuriën.’ Dat die mannetjes altijd gehuld waren in ribcolbertjes maakte het allemaal nog erger. De reden dat ze er toch heen gezogen werd, waren de boeken.

Mijn hart klopte inderdaad harder toen ik in de middagpauze, eigenlijk op weg naar Verwijs, op de Lange Voorhout stuitte op de boekenmarkt. Natuurlijk liep ik er niet om heen. Al liepen er allemaal stoffige mannetjes neuriënd langs de rijen boeken.

‘Alles voor de halve prijs’, mompelde een boekenverkoper op het moment dat ik Juliana & Bernhard: Het verhaal van een huwelijk 1936-1956 aan de kant legde, van huwelijkschroniqueur Cees Fasseur. De vijftien euro die hij ervoor vroeg vond ik teveel. Temeer omdat ik het boek net maandag met enige spoed had uitgelezen. Ik mocht het boek niet meer verlengen van de bieb.

De halve prijs klonk erg verleidelijk. Ik wilde het boek misschien nog bespreken, ergens noemen, en dan is het handig om het boek bij de hand te hebben. Het moordenboek van de Blokkers kon ik echter niet laten liggen. Deze verdween van de kraam in mijn handen voor 6,25 euro. Het as van de peuk die op zijn lippen danste, vormde een kromme toeter naar voren en kon elk moment afscheid nemen van het brandpunt in de sigaret. Onderwijl lokte hij de weinige bezoekers naar zijn kraam. ‘Alles voor de helft. Alleen vandaag.’

De kramen ernaast waren mogelijk nog interessanter met rijen boeken voor 2 euro en 1 euro. Of 3 voor 5 euro. Allemaal erg aanlokkelijk. Net als de verzamelde werken van Goethe, incompleet. Ik telde de rij, die ergens in de 30 ophield, terwijl een deeltje beweerde dat de serie uit 40 delen bestaat. ‘Voor 20 euro mag je hem hebben’, zei de man achter de kraam. ‘Hoe moet ik hem meenemen?’ ‘Je mag er een doosje bij hoor.’ Ik zag mijzelf alweer met een incompleet zooitje boeken in een drukke forensentrein zitten. Ik snuffelde verder door de rijen boeken. ’15 euro’, zei de boekenverkoper. ‘U gaat steeds meer zakken, als ik hier nog langer blijf staan krijg ik nog geld toe van u.’ ‘Dat is een goede zaak’, onderbrak een stoffige man in een ribfluwelen jasje. ‘Hoe meer u meeneemt hoe beter.’

Bij een ander kraampje stond ik naast hem. Hij neuriede zachtjes terwijl hij door de gebonden jaargangen van een tijdschrift bladerde. Jarenlange rust en ongelezenheid fladderde uit de pagina’s omhoog. ‘Boeken, boeken’, mompelde ik. ‘Een mooi kaftje en meenemen.’ ‘Meneer’, sprak hij streng. ‘Ik koop een boek nog voor de inhoud.’

Ik opende net een boek, waarbij de rechterbladzijde bedrukt was met een filosofisch traktaat en de linkerkant aantekeningen bevatte. ‘Ja, dat heb ik vanmorgen ook in mijn handen gehad.’ ‘Heel interessant’, antwoordde ik. De pagina’s met het handschrift kon ik nauwelijks ontcijferen. Het was iets van Spinoza, maar wat de student in de halve zinnetjes meende. ‘De naam is eruit geknipt. Als die student nu een beroemd filosoof is geworden, dan is het interessant. Maar dat weten we niet.’ ‘Hier staat “Paul Kwartel 1945″‘, zei ik wijsneuzig. ‘Maar deze. Die moet je hebben.’ Hij wees naar het hoekje rechts bovenin dat was weggeknipt. ‘Student philosophie 1866’ stond er.

‘Wie zou dat geweest zijn?’ ‘Ach, ik heb geen zin om dat uit te vogelen.’ Hij bladerde alweer in een ander boek. Ik flapperde de pagina’s snel door naar het einde. Op ongeveer een kwart voordat het boek uit was, waren de aantekeningen van de onbekende student verdwenen. ‘Hij was het in elk geval hier zat’, zei ik snel. De man ook, want hij was alweer verder geschuifeld naar het volgende kraampje met boekenwaar.