De hele weg van Schiphol naar Almere kon ik het volgen: de file op de A10 ging over in de file op de A1. Rijen auto’s reden traag vooruit in de rij. Stonden dan weer eens stil en reden opnieuw een paar stappen.

Bij station Amsterdam Zuid ging de rij auto’s zo traag dat een rode auto waar de trein bij binnenkomst evenwijdig stopte, slechts enkele meters verder was toen mijn trein wegreed.

Lichtsnoer
Lange slierten autolichten brandden in de duisternis, want ook alle aanvoerwegen slipten dicht. De snoer lichtjes reikte zover dat ik het einde van de rij niet kon vinden vanuit de snel rijdende trein.

Speelgoed
Ik herinnerde mij een vriendje met een broertje die van filerijden hield. Hij plaatste alle speelgoedautootjes in een lange rij. De voorste auto schoof hij een stukje vooruit, de tweede auto liet hij stoppen vlak achter de eerste, en de derde achter de tweede, etc. De rij auto’s reed in een lange sliert door de woonkamer. Ouders, broer en vriend van de broer tot ergernis.

Het kind vermaakte zich er uren mee. De rij waar ik nu langsreed, was niet te vergelijken met de dertig autootjes van het broertje van het vriendje. Ik moest wel even aan het kereltje denken bij de treinreis naar huis.

Want in tegenstelling tot de rij auto’s, reed de trein in sneltreinvaart de file voorbij.