Hij was op oudjaarsdag voor het laatst gezien. Doris gooide hem achter het bed en Inge had hem wat later nog in de spijlen zien hangen. Daarna had niemand meer iets van hem vernomen.

Schaap was weg. Het van oorsprong witte dier, grijs geworden door een overdaad aan knuffels, liefde, kwijl en stof, was verdwenen. Ik was op oudjaarsavond nog door onze slaapkamer gelopen, speurend naar het knuffeldier van nog geen acht centimeter lang.

Doris moest het maar een nacht zonder doen. Misschien had ze mijn opmerking over de nestgeur die de knuffel droeg, iets te serieus genomen en was het dier in de wastrommel beland. We hoopten vurig hierop, maar  bij het legen van de wasmachine vandaag verscheen de knuffel niet.

Een paar keer dachten we dat de knuffel opdook, maar we vergisten ons. Het was een washandje of een smoezig zakdoekje achter de televisie. Speuren en vragen waar het dier voor het laatst gezien was, hielp niet.

Vanmiddag toverde Inge ineens de sleutels van de achterdeur tevoorschijn. Die waren ook al een paar dagen zoek. ‘Je moet niet zoeken, dan vind je het vanzelf’, gaf Inge er als argument bij.

Iets later liep ik naar boven om Doris naar bed te brengen. Ik stuitte op een washandje, raapte het op en voelde dat het een beetje bol stond. Hier kon weleens iets in zitten en ik keek in de opening. Wat ik toen omhoog haalde, leverde veel vreugde op voor iedereen. Het verloren schaap was gevonden.

Inderdaad, als zoeken geen zin meer heeft, dan kun je het beste niet meer zoeken.Dan verschijnt het verlorene vanzelf weer.