De man schoof traag de stoelen voorbij. ‘Ik kom even de kaartjes bekijken’, zei hij bij iedere rij. Zijn stem klonk diep en moe van een dag kaartjes bekijken. Hij stopte bij een in de rij voor mij en hield zijn apparaat bij het pasje dat de man omhoog hield.

Er klonk een bliepje uit het apparaat. ‘Meneer mag ik vragen, waarom u dat doet?’ De conducteur liep alweer verder. ‘Tja, dat is nodig hè?’ Een stilte viel. De stilte vertelde dat de vragensteller niet tevreden was met het antwoord. De conducteur voelde de vraag in zijn rug branden. ‘Dat moet van hoger hand hè?’

‘Dat is niet het antwoord op mijn vraag’, sprak de man. De conducteur hoorde het al niet meer, want zijn diepe stem vroeg een paar rijen verder om de kaartjes. Het apparaat ging langs het pasje dat voor hem omhoog gehouden werd. Hij was te ver weg om de bliep nog te kunnen horen.