De Amsterdamweg bij mij achter is in de morgen en de avond een heuse ijsbaan. De vorst vriest het wegdek langzaam op waardoor je alle grip verliest. In de vroege ochtend wilde ik de weg oprijden. Ik nam de bocht en voelde mijn achterwiel wegglijden. De fiets helde, mijn voet zocht steun maar gleed ook weg. Bijna lag ik gevloerd tot op het laatste moment mijn voetzool grip kreeg op het gladde wegdek.

Diezelfde avond dacht ik dat het die ochtend helemaal verkeerd had kunnen gaan. Ik had op zijn minst kunnen vallen en ik zag een slag in het wiel. Of erger nog een been breken en dan weken mogen liggen. Niet meer kunnen rennen en de hele dag gedwee televisie kijken, of nog erger: een roman van Dostojevski lezen.

Ik bedacht het net toen ik de weg van de andere kant opreed. Ik nam de bocht en voelde mijn achterwiel wegglijden. De fiets helde, mijn voet zocht steun, maar gleed opnieuw weg. Bijna lag ik gevloerd, tot op het laatste moment mijn voetzool grip kreeg op het gladde wegdek.

Gistermorgen en -avond was de weg nog altijd spekglad, maar nu nam ik de bocht zo voorzichtig in een bijna rechte lijn dat ik niet meer uitglijden kon.