Een groepje Britse indringers is vannacht uit de tuin van het Paleis Noordeinde verwijderd. Volgens het bericht zou de marechaussee de drie ‘mannen’ van 16 en 17 jaar hebben aangehouden nadat ze over het hek waren geklommen.

Deze week liep ik in de middagpauze ook eventjes door het openbaar toegankelijke gedeelte van de paleistuin. Ik kan me voorstellen dat dit gedeelte ‘s avonds afgesloten is, de ingangspoort en de muren rond de tuin lenen zich er wel voor.

Veel mensen liepen er niet in het park. De kale bomen en de vochtige lucht weerhielden de mensen om over de kronkelpaadjes te gaan slenteren. Een jonge moeder passeerde mij met haar kinderwagen. Ik pakte een stukje gras mee om haar genoeg ruimte te geven.

Twee mannen zaten te kletsen op een bankje. Ze rookten een shagje. Als de ene aandachtig luisterde, trok de andere aan zijn peuk, blies de adem met de rook weer uit zijn mond en nam het woord. Dat gaf de ander de tijd om aan zijn shagje te trekken.

Ik was snel van de ingangspoort bij het hoge hek dat de paleistuin in tweeën splitste. Ik passeerde een jong stelletje dat stond te zoenen. Ze hadden geen last van de kou en hielden elkaar warm met liefde en opwinding. Terwijl ik ze voorbij liep, koppelden de monden zich los. De jongen fluisterde wat naar het meisje. Ik kon het niet verstaan, het was geen Nederlands, maar het klonk heel lief. Het meisje lachte zoals alleen verliefde meisjes kunnen doen.

Mijn weg maakte een bocht en bij de splitsing koos ik het pad dat mij weer naar de ingangspoort zou brengen. Het stelletje stond nu wat verder van mij weg. De jongen keek naar mij, pakte zijn meisje bij de arm en verstopte zich achter het enige groene hulstbosje dat vlakbij het hek stond. Onhandig stonden ze daar op de aarde en half verscholen achter het wintergroen. Twee parkwachters passeerden mij en liepen in de richting waar ik vandaar kwam.