Vandaag op een verlate verjaarsvisite in Almelo. Het had al een week of 5 terug gemoeten, maar gladheid en griep weerhielden ons de overtocht te wagen. Vanwege dezelfde kou en natheid hadden wij afgezien van een reis naar de nabijgelegen stacaravan op Delden.

Meuk
Ik was benieuwd hoe de meuk de vorst zou hebben doorstaan. Een dik pak sneeuw had immers op caravan en bijgebouwen gelegen. Net als een flinke koude die met min 15 graden door de vochtige naden en kieren was getrokken.

Opgeschoten coniferenhaag
De spanning viel wel enigszins weg toen ik het drassige veldje opreed en de caravan in geel en roze ornaat over het veld heerste. De blauwe gordijnen en de opgeschoten coniferenhaag deden de rest.

Bij het binnenstappen zag ik vrijwel onmiddelijk dat het goed was. Alles stond er nog, was nog overeind en bleek na een snelle inspectie in prima staat te zijn. Ook rook het niet bedompt en muf. Het rook zelfs een beetje fris.

Bedorven
Kortom, we kunnen weer gaan kamperen. Hier en daar een likje verf, plankje over de vloer en balkje om te stutten, en klaar is Kees. Ik was alleen vergeten te kijken of de potten verf in de aanbouw voor de tent niet bedorven waren door de vrieskou.

Volgens mijn medereiziger, een doorgewinterde schilder en klusser, hoefde ik niets te vrezen als het op terpetinebasis is. Toen begon ik te twijfelen of de verf op waterbasis of terpetinebasis is. Het antwoord ligt in het kastje in de aanbouw.