Vorig jaar kruide het ijs een behoorlijk eind omhoog langs de IJmeerdijk, maar dit jaar blijft het ijs een eind weg van de dijk. Er ligt hier zelfs water, een 100 meter verderop begint het ijs.

Bezoek
Het water levert veel bezoek op, in het ijsvrije stukje IJsselmeer dobberen allerlei watervogels. Ik zie bij het hollen een groepje gansen, meeuwen en vogelsoorten die ik niet zo snel ken.

Een kauwtje zit op een steen die uit het water steekt, de kauw bij hem vliegt omhoog. Het dier scheert vlak over het water, lijkt soms op het water te willen landen, maar hij laat zich meevoeren door de aflandige noord-oostelijke wind.

IJslaag
Ik tuur het beestje na terwijl meters dijk onder mijn voeten gaan. Nauwelijks te zien, vliegt het beest naar de ijslaag op het IJmeer, een 100 meter verderop. Heel in de verte zie ik hem landen waar het ijs begint. Zijn zwarte lichaam steekt mooi af tegen de lichte kleur van het ijs, anders had ik het stipje onmogelijk kunnen zien.

Had ik maar opa’s verrekijker bij me, die gisteren kreeg. Dan had ik zijn vlucht beter kunnen volgen. Maar dan had ik onmogelijk kunnen doorhollen, besef ik tegelijkertijd. Ik passeer het enige hoopje opgekruid ijs, op de hoek van de dijk, waar de noordoostelijke wind harde tegenwind wordt. Ik heb nu echt wat anders aan mijn hoofd dan een vliegende kraai.