De tuin zag er ondanks het mooie weer van de laatste dagen nog altijd troosteloos uit. Ik vond het vandaag een moment om even snel de ergste wildernis aan te pakken, voordat het allemaal weer overwoekerd is met groen. Daarom is de bramenstruik gesnoeid en kreeg ook de vlinderstruik er flink van langs. De gekortwiekte planten maken de tuin gelijk een stuk minder troosteloos.

Alle bomen en stuiken in de zijtuin voor heb ik gelijk ook gekapt. De enorme vlinderstruik en halve bomen maakten de zijtuin de afgelopen 3 jaar tot een heuse wildernis. Ergens schaamden we er ons ook voor, de buurman typeerde het al eens als ‘bush-bush’ en het heeft ook wel iets van een ongerept stuk natuurgebied. Alleen lijkt het bij ons meer op een verwaarloosd stuk grond, waar de bomen uit de tegels groeien. Daarom heb ik vanmiddag in ieder geval de bomen verwijderd.

Poel des doods

Het laatste project was echter de kikkerpoel in de achtertuin. De dode waterplanten dreven bovenin en het zag er allemaal buitengewoon smerig uit. Ik besloot de dode planten eruit te halen en trof er ook nog een aantal dode kikkers in. Grote en kleine, het leken er wel ontelbaar. Zeker 3 grote exemplaren en evenveel kleine exemplaren haalde ik uit de drap. Het lieflijke kikkerpoeltje was een heuse poel des doods geworden. De kikkers hadden de winter niet overleefd of ze waren er niet meer uitgekomen bij al die dode planten. Ik weet het niet, maar het was ongelooflijk smerig werk.

Het water heb ik ook maar ververst. De gierlucht in de tuin was immers niet te harden en de struiken achter het huis hadden ook wat bemesting nodig. Zo combineerde ik het handige met het nuttige.