Natuur bestaat niet meer in dit land. Een meerderheid van de Tweede Kamer woont in de stad en kent het platteland alleen van zondagmiddag op de fiets. Een natuurgebied bestaat uit een wandeling door de bossen over zorgvuldig aangeharkte paadjes, vlonders over de modderige gedeelten en bruggetjes als een beekje of stroompje het pad van de bezoeker doorkruist.

Een polder noemen we natuur en een natuurgebied wordt keurig in het gareel gehouden. Boswachters en jachtopzieners zijn tuinmannen geworden die water en land van elkaar scheiden en het gras maaien als het te hoog wordt.

Het laatste restje natuur is gisteren verdwenen met het besluit om ‘s winters runderen en paarden in de natuurgebieden bij te voeren. Een dood dier, dat kan echt niet. Het is een schande dat zo’n groot beest ligt te creperen.

Een scherp contrast met andere massale sterfte. Voor de Q-koorts ruimen we zonder problemen duizenden geiten en het leed van een eekhoorntje of egeltje zal de heren politici een worst wezen. Dat de merels bij bosjes in hun steden stierven, is al die parlementsleden volledig ontgaan.

Nee, dan die grote herten en runderen die hun laatste restje leven uitblazen over de plassen. Zij lijden en dat lijden willen we niet zien. Dat mag niet in ons beeld komen. Bijvoeren en ze op die manier de winter door helpen.

Voor je het weet staan de runderen dicht op elkaar in de wei te grazen en is het verschil met een stuk grasland van een boer, niet meer aanwezig. Dat schijnheilige activisme voor wilde dieren, terwijl ‘s avonds een stuk biefstuk, een gehaktbal of kipfilet wordt verorberd. Het is geen dierenliefhebberij, maar opperste vorm van regulering van de natuur. Aangevoerd door een partij voor de dieren, en gesteund door stedelingen die niet weten wat natuur is.

Dan spreek ik niet eens over hoe sommigen met mensen omgaan. Nee, dan kun je inderdaad beter een paard zijn in de Oostvaardersplassen.