Hij loopt als een ijsbeer over het perron, van het ene spoor naar het andere. In zijn handpalm ligt een mobieltje. Hij speurt de adressen af, drukt een knop in en duwt de telefoon tegen zijn oor. De trolleykoffer staat ergens in het midden van het perron, in de buurt van het rode bankje. Hij loopt naar het ene spoor, keert zich om en loopt weer terug.

Zo bij je
‘Goedemorgen Pa. Je spreekt met je zoon. Stond je nog onder de douche?’ De man heeft moeite om een zin te beginnen. Hij herhaalt de eerste letter een paar keer, waarna de rest van de zin vloeiend verloopt. Het klinkt als een auto die lastig starten wil. De man staat nu even stil. Zijn jas valt open en een buik, rond als een ballon, wijst puntig vooruit door de opening.

Hij loopt naar de rails van het ene spoor, tuurt tegen de donkere tunnelwand en draait zich weer om. ‘Ben je al aangekleed?’ Het is even stil. De man stopt, hij legt zijn vrije hand op de buik. ‘Dan zou ik dat maar gauw doen, want ik ben zo bij je.’ Hij loopt weer naar de andere kant van het perron en kijkt schuin naar beneden. ‘Ja, ik sta nu op het station en denk dat ik er over een uur of 2 ben.’

Huwelijk
Hij kijkt norsig om zich heen. ‘Nee, ik ben alleen.’ Hij is weer even stil. ‘Maar je moet je wel aankleden, anders dan red je het niet.’ Het grijze shirtje dat hij draagt, zorgt ervoor dat de bolling van de buik nog sterker wordt geaccentueerd tegen de donkere opengevallen jas. ‘En zaterdag komen we met z’n allen, want dan is je 60-jarige huwelijk.’ De man zoekt duidelijk naar een einde. ‘Schiet nou maar op, want over 2 uur ben ik bij je.’ Het uitspreken van de ‘sch’ verloopt hortend en stotend. De andere kant van de lijn sputtert. ‘Nee, ik ben alleen en sta op het station. Ik ben er zo.’

De telefoon trekt hij van zijn oor los en tuurt op het display van zijn mobieltje. Hij zoekt het rode telefoontje om de verbinding te verbreken. Drukt op de knop, draait zich naar zijn koffer en duwt de stang naar de grond. De trolley komt los van de vloer en rolt achter hem aan. Er klinkt nog iets van ‘tjongejonge’. Zijn gezicht kijkt omhoog, op het informatiebord. Dan loopt hij met het spoor mee, naar voren.