De hondenriemen sneden elkaar, alsof het een schaar was. De lange kant van de schaar was bij de hondjes, de korte kant was in de nabijheid van de hondenuitlater.

Hij stond bij het smalle boompje langs de straatkant. Een metalen platje beschermde de boomwortels tegen ruwe voetstappen of het gewicht van auto’s de rakelings de stam konden passeren.

Poepgat
Op het enige stukje grond dat lag tussen platje en boomstammetje, stond het Jack Russeltje. De pootjes gekromd onder het lichaam, de rug zodanig bol dat het poepgat zo dicht mogelijk bij de dumpplaats terechtkwam. Het baasje wachtte. Het andere hondje trok in de richting waar het gezelschap naar toe zou gaan als het hondje klaar was.

De drol viel, maar het dier bleef in de houding staan, nog een stukje viel. Een draadje trok van de drol die aan het achterste bengelde naar binnen. Het dier liep, voorzover dat ging met een drol aan het lijf bengelend. De drol viel en iets verderop, op het metaal van het platje viel de rest.

Hengelen
Het baasje stond al die tijd gedwee om zich heen te kijken. Wat doet hij met deze informatie vroeg ik mij af. De man hengelde in zijn jaszak, grabbelde er een plastic zakje uit en plukt de drollenserie keurig van de grond.

Daarna bengelde het zakje tussen zijn vingers. De honden wilden weer verder. Het baasje volgde.