Het voorjaar begint natuurlijk op 21 maart, maar de eerste voorjaarsdag kan al eerder vallen. Vandaag was wat mij betreft de eerste voorjaarsdag. Dan is er ook nog de eerste dag dat je het voorjaar aan voelt komen. Die was al een week of 2 geleden.

Zweefde het voorjaar eerder nog in de lucht, vandaag is het voorjaar heus geland. In mijn pauze ben ik even naar buiten gegaan en voelde overal het voorjaar. Bij paleis Noordeinde stond een groepje Italianen onder leiding van een zeer enthousiaste stadsgids te kijken naar het timpaan boven de hoofdingang van het paleis. De gids wees en onderwees op en over de verschillende aspecten van het bijzondere gebouw. Ik verstond er niks van, maar het enthousiasme van de gids nam me mee.

En mannetje uit de groep Italianen stak over na de uitleg en werd bijna overreden door een fietser. Hij zwaaide met zijn handen en begon op verhitte toon de fietser na te schelden. Maar zijn kwaadheid had geen enkel effect op deze voorjaarsdag. De mooie dag liet zich niet van de wijs brengen door een iets te temperamentvolle Italiaan in een groen jasje.

Op het monument voor Wilhelmina – eenzaam maar niet alleen – zat een groepje jongeren. Ze spraken gezellig met elkaar, op gedempte toon. Dronken uit hetzelfde pak melk en lieten de warmte van de zon op het lichaam vallen. Nog te koud om de kleren uit te trekken, maar met de jas aan was het heel behaaglijk.

Op het pleintje achter het standbeeld van Jan de Witt waren de terrasjes goed gevuld. Een oudere man liep met 2 glaasjes Jus d’Orange naar een oudere vrouw aan een tafeltje. ‘Vers van de pers’, galmde hij over het pleintje.

Achter mij was een jong stelletje komen lopen. Ik liep weer terug in de richting van het paleis. ‘Het is echt weer zo’n grapje van Thijs. Hij heeft van die galgenhumor’, hoorde ik het meisje zeggen. ‘Nee’, corrigeerde haar vriend haar. ‘Het is geen galgenhumor. Dat heet anders.’
‘Jawel, het heet galgenhumor. Het is van die zwartgallige humor over de dood.’
 ‘Nee, dat noem je morbide, morbide humor.’
‘Ach jij, het heet gewoon galgenhumor.’
  ‘Nee, dat is iets anders’, kibbelde hij terug. Hij moest gelijk krijgen, vertelde de toon van zijn stem.
‘Het heet gewoon galgenhumor.’
  ‘Morbide humor’, antwoordde hij snel.

Ik sloeg af, een dikke SUV liet mij oversteken. En de zon streelde zo zacht, dat het kibbelende stelletje zelfs iets liefs kreeg.