Dit weekend schuift de klok weer een uurtje vooruit. De zomertijd gaat in. Tot eind oktober leven we straks een uur eerder. Ik ben altijd behoorlijk van slag van het schuiven met de kleine wijzer. Mijn biologische klok doet er weken over om weer in ritme te komen.

Het nut van het eerdere uurtje is nog altijd niet bewezen, beweert dagblad De Pers. De energiebesparing die het uurtje zou opleveren, knabbelt weer energie weg aan de andere kant, namelijk de ochtend. Je hebt dan ‘s avonds wel een uur langer licht, maar ‘s morgens wordt het een uur later licht. Daarvoor moet ook een lampje branden.

Bewustwording
Voor mij persoonlijk kleven behoorlijk wat nadelen aan de zomertijd. Aan het eind van de winter merk ik heel bewust dat het weer langer licht wordt. De dagen worden langer en het eerste uur waarop de wereld ontwaakt, maak ik heel bewust mee.

Straks is dat niet meer, want dan is het weer donker en begint het hele proces opnieuw. Dan heeft het mijn interesse verloren. Ik kan niet meer mee met de nieuwe tijden. Het lichaam leeft nog teveel op het oude en daardoor zie ik het nieuwe niet.

Ontregelen
Niet alleen het uurtje eerder ontregelt mij. Ik merk ook dat het anderen ontregelt. Het zou prettig zijn, als goed onderzoek wordt gedaan naar de positieve en negatieve effecten van die zomertijd. Op die manier kan een eerlijke rekensom worden gemaakt naar het nut van het schuiven met die cijfers. Ik geloof namelijk niet zo snel dat een idee in het hoofd, per definitie in de praktijk ook het gewenste effect heeft. Daar is een zorgvuldige analyse voor nodig.