Ik passeer het huis weer bij de gracht. Het ligt schuin tegenover mijn werk. In het huis zit een soort detacheerbureau. ‘People’ staat met dikke rode letters op de ramen. Op de muur achter het meisje dat achter een bureau zit te typen, bevat eveneens die dikke letters en nog groter vormen ze het woord ‘People’.

Lange halen

De kat miauwt, nu met lange halen, sneller achter elkaar. Het lijkt of het dier bij elke ademstoot dat het uitblaast een miauw loslaat. Zo snel volgen de miauwen elkaar op. De grote ogen van het dier kijken ook angstig naar beneden. Zie je dan niet dat ik er niet af kan.

Overmoed of nieuwsgierig?

Heeft overmoed hem daar gebracht, of is het onschuldige nieuwsgierigheid? De duiven zijn weg en hij is nog maar alleen. Waarschijnlijk heeft het dier de hele nacht daar gezeten in de dakgoot. Misschien heeft hij nog geprobeerd een oog dicht te doen, maar een knorrende maag houdt je ook aardig wakker.

Aandacht

Het dier heeft al zijn zinnen op mij gezet en trekt mijn aandacht. Ik besluit de people van het bureau te waarschuwen voor het dier. Een kat in nood is reden voor de brandweer om uit te rukken. Waarom zou ik mijn plicht verzaken? De ochtend is mans genoeg om in te grijpen.

Verdacht

Ik bel aan, het meisje kijkt indringend in mijn richting, wil opstaan, maar gaat toch weer zitten. Zo iets na achten ‘s morgens is verdacht. Ze roept wat, aan de andere kant van de gang komt iets in beweging. Een jongen met een Chinees uiterlijk doet wat later open. ‘Er zit een kat in de dakgoot. Hij zit er al sinds gisteren en kan volgens mij niet weg. De hele tijd is hij aan het miauwen’, vertel ik.

Wantrouwend

Hij kijkt mij wantrouwend aan. ‘Ja, misschien zullen we wat doen.’ ‘Kijk maar, daar zit hij.’ Ik loop achteruit en wijs naar de dakrand om de hoek. Nog verder loop ik, ten teken dat er iets aan de hand is. Hij kijkt zenuwachtig om zich heen, zucht snel om even aan te geven dat een kat in de dakgoot echt niet zijn prioriteit heeft. Hij staart met mij omhoog. Twee ogen kijken zenuwachtig naar beneden en schreeuwen nog harder dan zijn miauw klinkt.

Dierenliefde

‘Ik zal zo even kijken’, zegt de jongen in een poging mijn dierenliefde te kalmeren. Ik laat hem maar, en weet dat het absoluut niet bovenaan zijn verlanglijstje staat. Ik zie de kat opnieuw naar beneden kijken, de ogen zeggen iets dat tussen hoop en vrees ligt. In de richting van het bruggetje loop ik, kijk nog een keer om en zie geen enkele beweging voor het zolderraam van het huis.

Zolderraam

Wat later tegen het middaguur loop ik nog eens langs. Het zolderraam van het huis staat open. En de kat kan ik niet meer vinden.

Dit is een vervolgblog op De kat en de duiven »