We vertrokken bijtijds om voor de zaterdagfiles op de A1 uit te rijden. Rond de klok van negen was iedereen geïnstalleerd, de tank vol en reden we. Tot we iets voor knooppunt Hoevelaken een bordje zagen. Alleen de rechterrijstrook bij Barneveld was open, vanwege een ongeval.

Alternatief

Het bordje was zo dicht bij de afslag in de richting van Zwolle, dat een serieuze overweging van het alternatief – rijden via Zwolle, of Harderwijk – niet meer gedaan kon worden. Zo reden we het fuik van de file in. Muurvast stond het.

Meters vooruit

Geen mogelijkheid was er meer om hieraan te onstnappen en we kwamen enkele meters stapvoets vooruit, mochten weer een tijdje wachten en reden dan verder. Ook een lastig punt omdat het verkeer van de A28 erbij kwam. Al deze stromen die in elkaar moesten vloeien, kregen ook nog eens eenderde van de normaal beschikbare ruimte. Het stond daardoor muurvast.

Zwaailichten

Af en toe passeerde een auto met zwaailichten. Verder voerden enkelen het nutteloze gevecht met ruimte en tijd. Dit deden ze door langer door te rijden dan was toegestaan en dan in volle vaart op brutale wijze in te voegen. Anderen hinderden juist door geen ruimte te geven op het moment dat hun medeweggebruikers moesten invoegen.

Hum

Zo pest iedereen elkaar, baalt iedereen en is iedereen uit zijn hum. De verwachtingen – voor de file uitrijden – komen niet overeen met de werkelijkheid – in de file rijden –. We reden traag door, de zwaailichten van de hulpverleners kwamen langzaam dichterbij. ‘Je zult zien dat alles is opgeruimd als wij langsrijden. dan wordt het maar weer eens extra wrang en besef je dat je net zo goed later had kunnen vertrekken.’

3-2-1

We kwamen nauwelijks vooruit en we gingen van 3 rijstroken naar 2 en krompen nog verder naar 1 rijstrook. We passeerden een politiewagen, een agent pakte de pionnen beet die de weg hadden afgezet. Iets voor ons voegde een sleepwagen in die de laatste auto van het ongeval wegtrok.

1-2-3

De banen werden weer vrijgegeven, maar toen waren wij net de blokkade gepasseerd. De gedachte dat achter ons nog een file stond die niet 1-2-3 opgelost zou zijn, trooste mij. Dit keer stond aan de andere kant van de weg een file – de kijkfile – die in lengte zelfs langer leek dan de file waarin wij hadden gestaan. Wat was ik blij dat ik niet in deze nodeloze file had gestaan.