Vlak achter de dakgoot aan de voorkant van mijn huis verblijft een koppeltje kauwtjes. Kennelijk is het bij dit type huizen voor de kraaiachtigen makkelijk om een nestje in de tussenruimte te maken. De dieren zitten er al jaren, nog voordat we hier kwamen wonen, zaten ze er al en plukten de isolatie weg in de spouwmuur.

Kirren

Aan de ene kant irriteren deze ongenode gasten mij. Als ik op zolder aan het werk ben, hoor ik de kauwtjes kirren tegen elkaar. Als de jongen eenmaal uit het ei gekropen zijn, neemt hun gekir niet af. Zoals de ouders zongen piepen de jongen. Al lijken de ouders ook meer herrie te maken dan voorheen.

Takken

Vanavond zag ik een enorme berg takken wat verderop in de dakgoot liggen. Ik wilde er een foto van maken en haalde mijn fototoestel erbij. Daarvoor moest ik een eind uit het raam hangen om mijn toestel op dakgoothoogte te krijgen. Voordat ik nog maar op de opnameknop had gedrukt, greep een opvliegende kauw mijn hand.

De takkenbos in de dakgoot

Geïrriteerd

Er bleef niet veel anders voor mij op om mijn fotosessie te staken. Geïrriteerd deed ik het raam dicht. Hans, want zo noem ik de kraai, al weet ik dat het een kauw is, zat in de boom aan de andere kant van het fietspad. Hij keek even geïrriteerd terug.

Hans Kraai

Ik dacht even aan de opmerking van een kauwdeskundige, die zei dat kauwen perfect mensen van elkaar onderscheiden. Hans en zijn wijfje herkennen mij onmiddellijk en ik hen.