Een dag vol feestgedruis hangt in de lucht. De zon is net op en maakt het Plein warm. Voor het Tweede Kamergebouw staan zwarte schermen klaar om het publiek vanavond goed te kunnen geleiden.

Toeteren

Een man in een vrachtwagen staat voor het podium. Hij toetert. ‘Hé’, schreeuwt hij over het plein. Achter het zwarte scherm klinkt opeens een harde beat. Het stopt even abrupt als het begon. ‘Hé’, schreeuwt de chauffeur en opnieuw galmt een beat over het plein.

Leeggehaalde prullenbak

Het geluid wordt weer wat zachter. Ik loop in de richting van het Binnenhof en zie hoe een prullenbak helemaal is leeggehaald. Rond de bak liggen de donkere bakjes waar kibbeling in gelegen heeft, of witte bakjes voor andere vis. Ontdaan van saus en ander eetbaar waar. De zakjes waarin de bakjes zaten, zijn opengescheurd.

Dikke klodders vogelpoep

Hier zijn meeuwen bezig geweest. Het bankje, iets verderop, ligt boordevol met dikke klodders vogelpoep. De fiets die erachter gestald staat, is een patroon vol met dikke strontvlekken. Hier is huisgehouden. Hier heeft iemand genoten. Nu is er niets en niemand. De beatmuziek galmt opnieuw over het plein. ‘Hé’, hoor ik roepen.

Het feest is al begonnen.