Op het tafeltje zetten ze bijna gelijktijdig de koffiebekers. ‘Starbucks’ staat erop. Een plastic wit dekseltje met een klein drinkgaatje bovenin, zit op de bekers gedrukt.

Geen verschil

Een duidelijk verschil is er niet tussen de bekers. Op beide bekers prijken de letters groot en tekenen vreemd af tegen het groen. De twee meisjes die bij de bekers horen, gaan naast elkaar zitten, tegenover mij.

Ringband

Het ene meisje dat bij het gangpad zit, trekt een velletje uit haar tas. Er zitten gaatjes aan een kant van het papier, bedoeld om in een ringband te steken. Op het papier staan grote ronde letters. Meisjesletters, met van die mooie rondingen. Zelfs een stijve letter als de ‘f’ verandert in een mollige letter. Niet afgestomd, maar liefdevol, zacht en aardig.

Zakken of slagen?

Het andere meisje dat bij het raam zit, slaat een lesboek open. ‘Het zou lullig zijn als eentje zakt voor het examen en de ander slaagt’, zegt ze tegen haar buurvrouw bij het gangpad. ‘Ja’, bevestigt deze. ‘Dat zou inderdaad lullig zijn.’

Lullig

Ze zijn zenuwachtig voor het examen. Als ik maar niet zak, denken ze allebei. Dat zou lullig zijn. Het meisje met het ringbandpapier slaat het velletje om. Het ligt op een lesboek met plaatjes van verkeerssituaties.

Jouw koffie

‘Is dat jouw koffie?’ vraagt het meisje van het gangpad aan haar buurvrouw bij het raam. Ze houdt één van de bekers vast. ‘Nee, die.’ Het meisje bij het raam wijst naar de beker die haar buurvrouw vasthoudt. Ze wisselt beide bekers snel om. ‘Of toch die? Nou weet ik het ook niet meer’, verzucht ze. Ze pakt beide bekers en probeert aan de hand van het gewicht de juiste te vinden.

Wisselen

Het meisje bij het gangpad zet dan toch maar een beker aan haar lippen. Het meisje bij het raam pakt de andere koffiebeker en drinkt. Ze kletsen verder, de bekers wisselen misschien nog een keer. De trein nadert hun bestemming en de meiden pakken elk hun beker. Nemen nog een nip eruit, staan op en lopen weg.

Wie slaagt, wie zakt

Wie welke beker heeft, weet ik niet meer. Wie slaagt, wie zakt. Ik zou het niet weten.