Hij zit op de schutting als ik de tuin in loop en volgt mij. Ik doe de poort open en laat de hond voor gaan. Hij volgt mij nog steeds, draait de kraaloogjes naar mij toe en hipt even op zijn pootjes.

Als ik ietsje later terugkom – dat heb je met een oude hond – zit hij er nog steeds. In dezelfde houding en kijkt me weer afwachtend aan. Zijn ogen draaien in de richting van de voerschaal, maar ik doe net of ik de hint niet in de gaten heb. ‘Brutale’, zeg ik hem.

‘Tjilp’, zegt hij. Hipt nog één keer. Dan vliegt hij weg.