Twee mannen hangen aan een borreltafeltje. Ze staan voor de gele bus op het plein voor het station. Een donkere, stevig gebouwde man loopt voorbij. Het roze overhemd dat hij draagt, verhult niet maar benadrukt juist de gespierde armen en sterk ontwikkelde borstspieren.

Kent u Jezus?

De oudere man aan het tafeltje, rukt zich los en loopt op de man af. ‘Kent u Jezus al?’ vraagt hij. ‘Kent u Jezus?’ De man loopt door. ‘Weet u wie Jezus is?’ De man stapt verder en laat de twee mannen achter. ‘Viezerik’, roept de breedgespierde man de twee evangelisten toe. Hij beent driftig naar de ingang van het station.