Het meisje fietste voor de man uit. Opa had zichtbaar moeite om zijn fiets in beweging te krijgen. Zijn fiets slingerde bij het opstappen. Zijn kleindochter was al een eind voor hem uit. Ook haar fietsje slingerde.

Losgeschroefd

De zijwieltjes waren er net afgeschroefd. Ze stuurde naar de linkerkant van de weg. ‘Je moet wel naar de rechterkant van de weg’, riep hij. Maar ze was al te ver weg voor hem. Haar oren hoorden niets want haar ogen zagen teveel. Ze stuurde nog meer op links aan. Naderde de trottoirband. ‘Nee, de andere kant.’

Langzaam in beweging

Hij kwam langzaam in beweging en zij reed het kruispunt al tegemoet. Een tegenligger koos zoveel mogelijk de rand van het trottoire. Het meisje fietste nu min of meer in het midden van het fietspad. Soms slingerde het fietsje nog behoorlijk, maar ze herstelde zich netjes en schoof zelfs naar rechts.

Op weg

Opa was net op weg, zij was al voorbij het kruispunt. Ze koos haar eigen weg en wist wel waarheen ze wilde. Hij reed nu even hard als zij, maar er lag een flinke ruimte tussen beide. Hij zocht haar op, terwijl zij steeds verder van hem vandaan kwam. In de richting van het bruggetje. Ik hing tussen grootvader en kleinkind in en versnelde mijn vaart. Ik haalde haar in en sloeg net voor het bruggetje linksaf.