Een gedicht in platrijm

De dichter Driek van Wissen
Wat gaan we die man missen
Nooit meer die slappe rijm
En achterlijk gezwijm
Van plezier en woorden vol
Ritme, bravour en lol

Nu is de dichter dood
Te vroeg naar Isfahaan
Nog voor de tuinman groot
Gebaarde: hij moest gaan

Al in Istanboel liet
De geest de dichter los
Zoog het hoofd tot een klos
En niets rijmt op verdriet

De hemel zucht het los
In een zwoele windblos
Hoe iemand reem als Piet
Nee, ‘t Vaderland treurt niet