Ze was op de hoek van de straat gaan staan. De steunkruk waarmee ze liep, stond tegen de etalageruit. Op de grond stond een kleine, bruine weekendtas. Ze ritste de bovenkant open. Daarna riep ze: ‘Meissie kom je eruit?’ Er gebeurde niks.

Dotje haar

Ze ging met haar hand erin, trok aan een dotje haar. Er klonk een hoge jank van een hond uit de tas. ‘Kom dan meissie. Kom!’ Haar stem was nu iets dwingender. De oogjes van een klein mopshondje tuurden over de rand van de tas heen. ‘Kom meissie’, herhaalde de vrouw ongeduldig. de hond bleef zitten. Ze riep nog eens: ‘Kom meissie’. De hond kwam traag overeind, stram van het lange zitten in de weekendtas.

Hengelen

‘Kom dan meissie.’ Ik was al een stuk verder, maar zag nog net hoe de hond voorzichtig uit de tas stapte. ‘Hè, hè’, zuchtte de vrouw nog net binnen gehoorafstand. Het kleine knuffelhondje stond naast de tas en de vrouw. De vrouw hengelde naar haar kruk, daarna terwijl ze aan de kruk hing viste ze de tas op en liep weg of er niks gebeurd was. Het hondje sjokte mee aan het riempje dat aan dezelfde vrije arm bengelde als de tas.