De trein rijdt Amersfoort binnen. De hele middag zijn er allerlei stremmingen geweest. De internationale trein uit Berlijn naar Schiphol is één van de eerste treinen die weer rijdt. Naast ons, aan de andere kant van het gangpad gaan 2 oudere dames zitten. Tegenover hen gaat een vader met zijn 2 dochters zitten aan het tafeltje.

Grappig

Een dochter merkt op dat het grappig is. Zojuist zaten ze ook vlak in de buurt van de dames. De dames babbelen verder over hun ervaringen van een wandeltocht in Drenthe. De man kijkt verbaasd op. ‘Mag ik misschien vragen, maar waar was het.’ De vrouwen noemen een plaatsnaam. ‘Was het in die ene boerderij, met die bomen ervoor?’ De dames knikken. ‘Met die boer en die boerin. Hij sprak zo erg in dialect. Ik kon daar echt niks maken.’ De vrouwen herkennen de beschrijving. ‘Ja, daar komen wij net vandaan.’

Spraakwaterval

Daarna breekt de spraakwaterval van de man los. Hij vertelt dat hij met zijn vrouw om de zoveel tijd een deel van het Pieterpad loopt. ‘Dan gaan we 2 dagen. We zetten onze camper neer op de eindbestemming en gaan dan met het openbaar vervoer naar het beginpunt. De nacht brengen we dan door bij een Bed and Breakfest.’ Ik mis even de logica van het reizen met de camper. Het zou namelijk veel verstandiger zijn om de camper op de helft neer te zetten en daar dan te overnachten. Dan ben je een stuk goedkoper uit.

Beduimelde wandelkaart

‘Mag ik de wandelkaart?’ vraagt de man. Hij vouwt de beduimelde kaart open en wijst. ‘Ben je hier al geweest?’ De dames schudden het hoofd. ‘Daar gaan we volgende keer naartoe.’ ‘Ontzettend leuk, is het daar. Je moet echt bij dat ene logeeradresje gaan. Echt de moeite waard.’

Tabak

Zijn dochters hebben er ondertussen tabak van. Ze zijn ook al lange tijd onderweg, vertelde hun vader zojuist. Over de reis van Enschede naar Amsterdam doen ze al meer dan 6 uur. ‘Hebben jullie kinderen?’ vraagt het jongste meisje aan de dames. ‘Nee’, zeggen de beide dames in koor. ‘Wel nichtjes’, vervolgt één van de dames. ‘Hoe heten ze dan?’ vraag het meisje.

Buren in Amsterdam

De andere vrouw onderbreekt haar vriendin. ‘Mag ik wat vragen? Wonen jullie in Amsterdam?’ Ze knikken en de oudste noemt een straatnaam. ‘Wat?’ zegt de dame. ‘Daar wonen wij ook.’ De meiden noemen een huisnummer. ‘Wij op 79’, zegt de dame bij het raam. ‘Jullie zullen wel veel last hebben van het nieuwe hotel’, vervolgt ze en roept het in de richting van de vader. Hij wil er niet aan herinnerd worden. ‘Ach, herrie heb je altijd in de stad’, zegt hij zo nonchalant mogelijk. De vrouw bij het raam heeft het in de gaten. ‘Tjonge, wat grappig zeg. We zijn haast buren. Ik heb jullie nog nooit gezien in de straat.’