Het zou verwonderlijk zijn als de komst van het Nationaal Historisch Museum zou stranden op de bouw van een parkeergarage. Als je nadenkt is het echter een stuk minder verwonderlijk. De hele ontwikkeling van een museum dat het gat van de historische kennis moet vullen, staat in het teken van verwondering. Bovenal is het een project van politici en beleidsmakers. Tweede Kamerleden bogen zich voornamelijk over details, zoals de locatie van het museum in Arnhem. Vanuit de museumwereld is altijd met de nodige reserves naar de komst van een Nationaal Historisch Museum aangekeken.

19e eeuws middel

Het roept mijn verbazing op dat een bij uitstek 19e eeuws middel wordt gebruikt om een eveneens 19e eeuws probleem op te lossen. De Nederlander weet zo weinig van zijn eigen verleden en de oplossing lag voor de politici in een middel, namelijk een museum. Zo kan de jeugd onderwezen worden in de geschiedenis.

Bilderdijk

Vaderlandse geschiedenis bestond voorheen niet en geldt als een uitvinding van Bilderdijk, die er een indrukwekkende collegereeks aan wijdde. De geschiedenis bestaat uit een verzameling verzwegen en uitgesproken verhalen die bij uitstek mondjesmaat moeten worden bijgebracht. Het pleit dus meer voor een goed onderwijsprogramma met uitstekende ondersteunende middelen. Hierbij moet de leerling leren zijn geschiedenis te construeren. Daarnaast dient hij met een frisse en kritische blik naar het verleden te kijken.

Geen fysiek museum

Mijn pleidooi is om het plan van een locatiegebonden Nationaal Historisch Museum helemaal te laten varen. Een dergelijk museum haalt alleen maar bezoekers weg bij bestaande musea. Daarnaast zou het maar zeer gedeeltelijk het werkelijke probleem kunnen oplossen. Kennis is niet iets dat met een museumbezoek wordt opgedaan. Kennis is een proces waaraan iemand voortdurend deelneemt. Het ophalen van informatie gebeurt niet via 1 bron maar bestaat uit een kakafonie van bronnen. Dit gaat via boeken, kranten, internet en andere mensen. Het isoleren van kennis in een museum is een utopie.

Alternatieven

Het verbeteren van kennis van de nationale en internationale geschiedenis kan daarom het beste via een breed spectrum van kanalen verlopen. Ik denk dan zelf aan:

  1. Aansluiting zoeken bij bestaande musea. Via een reizende tentoonstelling het hele land doortrekken. Daarbij wordt aansluiting gezocht met de regio waar de tentoonstelling gehouden wordt.
  2. Het verbeteren van het lesprogramma op school. De docent krijgt meer ruimte om de leerlingen basiskennis bij te brengen en daarnaast leert de leerling ook hoe hij kritisch naar de geschiedenis kan kijken. Is het verhaal dat hij hoort juist, wie zegt het en wat is het belang van diegene het zo te vertellen.
  3. Het stimuleren van kennisvermeerdering via nieuwe kanalen. Ik denk dan aan interactieve games, zoals:
  • een online wandeling door een Middeleeuwse stad;
  • een ‘what if’-spel waarbij de speler ontdekt wat de loop van de geschiedenis zou zijn geweest als iemand iets anders gedaan had;
  • via mobieltjes of andere online middelen in de echte wereld online informatie opdoen, dus als je langs bepaalde locaties in een stad loopt, zie je wat zich daar heeft afgespeeld;
  • stimuleren van de lokale geschiedenis. Het staat dichter bij jongeren en leert ze anders naar hun woonplaats te kijken.

Goedkoper

Dergelijke initiatieven zijn veel goedkoper, sluiten goed aan op de bestaande situatie en is voor een veel breder publiek toegankelijk. Het is wel minder duidelijk zichtbaar, maar wel veel sterker verankerd in de samenleving en daarmee duurzamer. Er is in elk geval geen dure parkeergarage of een extravagant gebouw voor nodig.

Het weerbarstige is dat de dure parkeergarage de hele locatiediscussie weer opent. Leiden zegt bijvoorbeeld dat het Nationaal Historisch Museum welkom is.