Ze zitten naast elkaar op het smalle bankje. Moeder en dochter. Het haar valt precies hetzelfde, de lage hals van de shirtjes toont hetzelfde decollete en de lichaamsbouw oogt hetzelfde. Dochter is een donkere variant van haar moeder, er zit iets Aziatisch in haar bloed. De moeder is blond, draagt een leesbril in het haar en is iets molliger dan haar dochter. Op haar armen zitten vlekjes van de zon. Terwijl ze naar buiten kijkt, kamt ze met haar hand door het haar om de lange lokken voor haar ogen een stukje weg te slaan.

Leesbril

De dochter trekt de leesbril uit het haar en zet de bril op. ‘Ik moet een bril’, zegt ze. ‘Ik zie alles niet meer zo goed.’ Ik schat de moeder een flink eindje in de 40, de dochter zal ergens rond de 16 zweven. ‘Dan moet je naar de opticien’, antwoordt de moeder rustig. ‘Dat ben ik ook geweest, maar die zegt dat ik niks heb.’ De moeder kijkt de dochter indringend aan. Rond de ogen zie ik kraaienpootjes zitten. Het staat heel schattig. ‘Ik heb het vooral als ik moe ben, dan moet ik zo turen.’ Ze kijkt als illustratie met geknepen ogen naar buiten. ‘En als ik lang gecomputerd heb.’ De moeder knikt.

De trein trekt

De trein trekt zich weinig van het tafereel aan. De rij rijtuigen sleurt in een slinger door de bocht naar beneden van de Hollandse Brug. De blonde haren van de moeder worden afgewisseld met wat grijze haren. Het geeft haar iets verstandigs. De bril heeft zich alweer tussen de haren genesteld. ‘Ik weet niet goed wat ik moet kiezen’, zegt de dochter. Blijkbaar klinkt het komende de moeder bekend in de oren, want ze draait haar hoofd een eindje van haar dochter weg. ‘Voor
psychologie kan ik niet genoeg zien wat mensen denken. Dat kan ik gewoon niet.’ De ogen van de moeder draaien langzaam naar haar kind.

Wijze woorden

Hier komen wijze woorden, voel ik. ‘Maar dat hoef je ook niet te kunnen. Dat leer je daar juist.’ De dochter wuift het antwoord snel weg. ‘Nee, dat is niks voor mij. Misschien is pedagogiek wel wat voor mij.’ ‘Is dat zoiets als de Pabo?’ vraagt de moeder. Ze drukt haar kin iets naar haar nek waardoor een kleine onderkin ontstaat. Het vel siddert een beetje bij het schudden van de trein. ‘Nee, dat is iets anders. Het is – zeg maar – hoe je kinderen iets leert, zonder dat je ze het leert.’ De moeder hoort het half. ‘Je kunt natuurlijk ook gewoon de Pabo doen.’ Ze kijkt gelijk naar buiten, de trein nadert het station Muziekwijk.

Kruisje

Op haar hals rust een kettinkje waaraan een kruisje hangt. De onderkant van het kruis wijst naar beneden. Haar decollete is niet zo bruin, maar flink gerimpeld. De tijd krijgt aardig vat op haar. ‘Nee’, zegt de dochter snel. Ze schiet zo snel omhoog dat het bedeltje aan haar ketting lichtjes beweegt. Het is een opengewerkt hartje dat heen en weer schuift over de ketting. ‘Nee’, herhaalt ze. ‘Dat is echt niks voor mij. Dat gedoe met al die kinderen.’ De moeder zucht nauwelijks hoorbaar en tuurt naar buiten.

Stil

De trein staat stil en mensen stappen uit, maar moeder en dochter turen allebei naar buiten. Het is genoeg voor vandaag. Het blijft stil tot ik bij het volgend station uitstap. En ze kijken allebei de diepte in. Ze lijken meer op elkaar dan ze zouden willen.