We liepen de laatste trap af naar beneden. Bij de deur stond een oudere dame met haar hondje. ‘Ik vind het geweldig’, zie ze tegen de vrouw die op het bankje bij de lift zat. ‘EK, WK, voor mij mag het altijd wel. Het is echt hartstikke leuk.’ Aan haar arm bungelde een uitlaatkoord. Een klein hondje zat er aan vast. Om het halsbandje zat een oranje beesie vastgeknoopt.

De vrouw op het bankje keek naar de keurige dame met een licht afkeurende blik. ‘Ik ben gek op oranje’, benadrukte het dametje nog eens. We daalden verder naar beneden. De schoenen van Doris stonden nu op ooghoogte. ‘Wat heb jij een prachtige oranje schoenen aan’, zei het dametje. Het hondje aan de halsband trok in de richting van de deur. Die wilde eruit. ‘Maar dat is toeval’, zei de vrouw op het bankje bij de lift. Die is niet hiervoor gekocht.’

Wij liepen door, passeerden de dames en zwegen.