Ze beginnen er een beetje bij te horen, de kikkers in het kikkerpoeltje in onze achtertuin. Er zitten een grote en een iets minder grote. Ze kregen al snel de namen meneer en mevrouw Kikker. Ergens onder de stenen zitten nog meer kikkers, maar die laten zich niet zo vaak zien als meneer en mevrouw Kikker. Laatst zag ik ook nog een heel klein kikkertje. Met de weinige fantasie die ik heb, meende ik er gelijk een nakomeling van onze uitgezette kikkervisjes in te zien.

In de poel

Meneer Kikker zit grote delen van de dag in de poel. Er steekt dan slechts een kop uit het water. De rest van het lijf zweeft relaxt in de poel. Het lijkt dan net of verslaggever Kermit de Kikker verslag doet vanuit het rampgebied. Alle draadalg zorgt ervoor dat de poel meer op een overgelopen emmer groenafval lijkt dan op een kikkervriendelijk waterpoeltje. Meneer Kikker blijkt er echter anders over te denken. Hij verblijft al een paar weken in onze achtertuin. De kikkers verblijven niet alleen in en rond het poeltje. Soms schrik ik mij ‘s avonds een hoedje als meneer of mevrouw wegspringt als ik de planten in de tuin begiet. Ze zitten dan op plaatsen die ik niet verwacht.

Extreemste voorbeeld

Maar afgelopen donderdag was wel het extreemste voorbeeld. Ik lag ziek in bed en Inge ging Sientje uitlaten. Ze wilde de deur opendoen en zag meneer Kikker keurig op de drempel zitten wachten. Inge moest even Sien afremmen om te voorkomen dat het dier van schrik weer de kamer in zou springen. De deur ging open, meneer Kikker aarzelde even en sprong op zijn gemak weer in de richting van de poel. Daar zal hij ongetwijfeld een tirade hebben gekregen van mevrouw. Dat heb ik niet meegekregen. Ik zag hem uren later weer in de poel hangen. De voorpoten gestrekt als een volleerd zwemmer, de kop net boven het wateroppervlak. Van de tirade had hij zich weinig aangetrokken.