Ineens is het moment daar: de mieren vliegen uit. Een ontelbare
hoeveelheid mieren kruipt onder de platen van de caravan vandaan. De
mieren vliegen weg. Het lijkt wel of iemand bellen zit te blazen,
oneindig en mier na mier stijgen de insecten op. Alsof de parachutes
van een paardebloem worden weggewoven door de wind.

De mieren klimmen zo hoog mogelijk op de gele platen en stijgen op.
Het lijkt op de bijen uit het Lied van de dwaze bijen van Nijhoff. Op
zoek naar 'hoger honing' maar ondertussen verzengen ze zichzelf in een
dodenvlucht. Ook de vliegende mieren verdwijnen in een kamikazevlucht
als voer voor de zwaluwen. Die zullen wel blij zijn met dit feestmaal.

Alsof het een afspraak is onder mieren, stijgen iets verderop
beduidend kleinere exemplaren op uit de bielzen voor het
gastenverblijf. Ze stijgen op, dezelfde lichte vleugels. Ze fladderen
precies hetzelfde omhoog. Op zoek naar hoogte en een nieuwe
vestingplaats voor het nageslacht.