De regen valt in een voortdurende stroom naar beneden. De camping is
uitgestorven. Iedere caravanbewoner zit droog in zijn stulpje. Het
zorgt ervoor dat het grasveld leeg blijft van leven.

De druppels vallen traag naar beneden uit de dakgoot als het tussen 2
buien even droog is. De zwembroek hangt tevergeefs te drogen. Een
druppel hangt onderaan de stof en vult zich verder met water. Als de
druppel zwaar genoeg is, maakt hij zich los van de zwembroek. Gewend
aan water, laat de broek zich niet afleiden door al dat vocht.

Binnen zitten we verveeld achter een boek of een puzzeltje. Het hoort
op een camping niet te regenen. De trekt traag voorbij. Wachten op
droogte lijkt een vergeefse zaak.