Op het Plein in Den Haag voel en hoor ik de spanning. Elke bal die maar in de buurt komt van het goal van de tegenstander zorgt voor een collectieve roep. Het mag niet baten. Het staat al enige tijd op 1-0 voor Brazilië en dat verandert ook niet.

Bij de Ierse pub zitten ze zelfs voetbal te kijken, het commentaar is vanzelfsprekend in het Engels. Een eindje verderop maakt iemand een shoarmabroodje voor een klant. Zijn blik richt zich half omhoog, naar het televisiescherm waar zijn klant ook naar kijkt. Uit een open raam klinkt gejoel. De hele kamer zit vol met studenten uitgedost in oranje.

De spanning is, wat verder, op het station Den Haag Centraal eveneens om te snijden. Conducteurs proberen vanaf de perrons wat mee te krijgen van de gebeurtenissen op het grote scherm. De trein vertrekt, de bal en de spelers laat ze achter. De reizigers laat ze in het ongewisse.

Als we dan bij Leiden ook nog eens de trein uitgebonjourd worden, is de chaos compleet. Alleen nog stoptreinen rijden naar Schiphol, mijn aansluiting mis ik, rijdt zelfs voor mijn neus weg, en van voetbal hoor ik gelukkig niets meer. Ik krijg een sms’je, dat het gelijkspel is, maar ik bekommer mij meer om de vertraging en de snikhete trein. Waarom gooien ze intercity’s met airconditioning eruit? Ze laten je zweten in stoptreintjes die nog warmer worden als ze stilstaan. En ze staan heel veel stil.

Een overstap verder hoor dat het 2-1 is. De reizigers praten met elkaar, wanneer de volgende wedstrijd is, dat het zo mooi is voor Nederland. Als we stilstaan bij het station Almere Muziekwijk, klinkt een hard gejuich op uit de wijk. De wedstrijd is voorbij. De trein verlaat het station, terwijl de wereld juicht.

Als ik bij de deur sta om de trein uit te gaan stappen, zucht een man tegen zijn vriendin. ‘Het gedoe is nog steeds niet voorbij.’ Bij het uitstappen is het gejuich niet afgenomen. Sterker nog, het is toegenomen. Wat is iedereen blij met deze overwinning. Op de Grote markt viert de massa feest.

Ik fiets er langs. Wat kunnen mensen toch ontzettend blij zijn met zoiets eenvoudigs als voetbal. Een meisje belt met haar moeder. ‘Mam, we hebben gewonnen.’ Het grote nieuws is verteld.