Bij de bakker in de rij voor 3 Zweeds wit en 1 grof volkoren. Het is aardig druk, benauwd en vooral heel erg warm. Een medewerkster veegt telkens een guts zweet van het voorhoofd met het rode shirtje dat ze aan heeft. Ik sluit keurig in de rij, onthoud wie er staan en ik houd ook in de gaten wie er binnenkomen. Een jonge meid van een jaar of 20 sluit aan. Ze heeft dopjes in haar oren waar muziek door galmt. Die gaat voordringen, denk ik.

Voorspellingen

Het zijn van die voorspellingen die je voelt aankomen. Ze staat er totaal ongeïnteresseerd, luistert alleen maar naar de muziek en ziet geen mens om haar heen staan. Het oude vrouwtje dat voor haar staat, is snel genoeg, maar als een andere medewerkster vraagt wie er aan de beurt is, piept ze voor mij. Ze schreeuwt gewoon zo hard dat de medewerkster mij niet meer hoort.

Geïrriteerd wachten

Ik mag wachten en kijk een beetje geïrriteerd in haar richting. We hebben het allemaal warm en willen allemaal weer gauw verder. Daarvoor hoef je nog niet voor te dringen. Nu wacht ik op het moment dat het haar beurt is. Als de medewerkster mijn bestelling opneemt, is haar bestelling klaar. Ze loopt weg zonder om te kijken, voor haar bestaat de wereld uit haarzelf. Soms komt ze iemand tegen, maar dat zijn net pionnetjes die ze wegblaast.

Fatsoen

Bij het weglopen, passeert ze een bord van een campagne over fatsoen. Iemand zette haar fiets in het fietsrek. Ze ziet het niet, want de muziek heeft haar vast. Het zakje met broodjes bengelt aan haar fietsstuur.