De boom en de bosrand zien er iedere avond weer anders uit. Thuis
wordt het uitzicht naar de horizon versperd door de huizenrijen. Ook
staat ons huis verkeerd, met de zijkant naar de zon. Op de camping zie
ik elke avond de zon achter de bosrand kruipen.

Dat is het moment van de bespiegelingen. Over een fietstocht naar
Hengelo, dochter achterop. Ze praat met oma Almelo en wil dat ik nog
even fiets langs het gebouw van de krant, waar ik gewerkt heb. Ik voel
de wind mijn weg terug naar de camping tegenwerken, maar het zonnetje
schijnt aangenaam in de rug. Wat is het een lekker campingweer de
laatste dagen.

Een plukje wolk stijgt op uit de bosrand en probeert de zon nog naar
de wolk te trekken. In plaats daarvan valt de wolk zelf uit elkaar en
brokkelt in stukjes los. Wat later veranderen de wolken in lange en
dunne slierten. De duisternis valt, een ster verschijnt aan de hemel.

Tot morgen, roepen een stel pubers. Voldoende ingedronken voor het
stappen en de disco gaat los. Hoe de mijmering van de een overgaat in
het feestgedruis van de ander.