Ze zit aan de waterkant met een hengel die langer is dan dat de sloot breed is. Maar hier op deze driesprong lukt het haar aardig om aan te leggen met de lange hengel. Ze zit rustig op haar viskoffer als stoel en tuurt over het wateroppervlak naar de dobber. Het leefnet hangt keurig naast haar in het water. De dag kan niet meer stuk. Zelfs tegen de ergste regen heeft ze zich zelfs beschermd. Boven haar hoofd prijkt een brede paraplu.

Je kunt je tegen wind en regen beschermen als visser, maar het grootste gevaar schuilt in de belangstellende die met veel interesse en om een praatje verlegen, graag wil weten hoe de zaken ervoor staan. ‘En? Bijten ze een beetje?’ vraagt hij keurig zoals het hoort. Je hoort de zucht uit het lichaam van de visser ontsnappen. Ze zit hier voor haar rust, voor een praatje zou ze wel een ander, droger plekje verkiezen. Haar antwoord heeft ze paraat. ‘Nee, ze hebben er vandaag geen zin in.’ De man fluit naar zijn hond en ziet kans het gesprek voort te zetten. ‘Ach ja, het weer is er ook niet naar.’

De rest heb ik niet meer gehoord, want toen was ik er echt voorbij gerend.