‘Er vliegt een wesp’, zei mijn zwangere collega. ‘Die moeten we zo snel mogelijk zien te pakken te krijgen’, reageerde ik strijdvaardig en ook wel een beetje dapper. Het dier zweefde zenuwachtig rond het flesje fruitdrank. Aarzelend ging hij op de schroefdraden aan de bovenkant van het flesje zitten. ‘Dan moeten we er iets opleggen’, zei ik snel en ook wel een beetje zenuwachtig. Want wat moest je erop leggen als de wesp er zo weer uit kan vliegen.

De tijd is te kort om de dop dicht te schroeven. Ik griste een aantekeningenschriftje van mijn bureau en liep naar haar bureau aan de andere kant. De wesp was even een eindje de fles in gekrabbeld, maar aarzelde. Hij vloog weer omhoog. De verstandigheid won het van de zoetigheid. Even zoemde het geelzwarte vliegtuigje weg, maar het dunne laagje gemalen fruit onderin het flesje trok toch. Hij keerde terug en dook weer in het flesje.

Nu ging het snel. Hij verloor zijn grip op de plakkerige zijkant en viel in het laagje fruitsap dat nog in het flesje zat. M’n collega schroefde de dop dicht. Het dier spartelde nog even. ‘Is hij nou dood?’, vroeg een andere collega. Ik zag de pootjes omhoog zwaaien terwijl de steker op zijn rug in het mierzoete vocht lag. ‘Nee’, zei ik met een lichte angst in de stem. Voor hetzelfde geld stond het dier weer op en vloog uit de dichte fles.

Ik pakte het flesje en schudde het laagje vocht heen en weer. ‘Nog wat harder’, moedigde mijn zwangere collega aan. Zij was de held van het verhaal. Ik schudde nog wat en keek. Het kopje knikte nog een beetje, een voelspriet stak nog uit het kiwigroene vocht. Nog een keer schudde ik en ik zag geen beweging meer. Dood.

Daarna verdween het dichte flesje in de prullenbak en ik hoop niet dat hij na 3 dagen opstaat.