Ze kijkt in zijn richting over haar leesbril heen. Op haar schoot ligt De hydrograaf van Allard Schroder. ‘Als het niks is, dan gooi ik het weg’, zegt ze dreigend. ‘Is het dan niks?’ vraagt haar zoon. ‘Nee’, antwoordt ze snel, ‘het is een aardig boek, maar dan moet hij z’n beloftes wel waarmaken.

De jongen tuurt naar buiten alsof hij wil nadenken. Zij leest verder, met de armen over elkaar. Haar huid is flink gebruind. Dat kan de Nederlandse zon niet op zijn geweten hebben. Langs haar bril lopen wat plukjes grijs haar. ‘Weet je het nou? Lopen we nog even langs Sail?’ vraagt de jongen. Ze kijkt op van het boek. ‘Ik weet het niet’, verzucht ze. ‘Laat me nog even nadenken.’ ‘Dan heb je tot Schiphol’, zegt hij. ‘Het is het park of Sail’, vervolgt hij. Ze kijkt weer op. ‘Het park’, antwoordt ze. ‘Het park daar kun je altijd nog heen. Sail is eens in de 5 jaar.’ ‘Laat me nog even nadenken.’ ‘Na Schiphol kan het niet meer hoor.’ ‘Park’, zegt ze even later.

De trein rijdt de tunnel in. Ze leest aandachtig in het boek. De jongen tuurt naar de spiegeling van hemzelf in de ruiten en draait zijn hoofd in haar richting. ‘Wat we kunnen doen’, zegt hij snel. Hij heeft de oplossing bedacht, hoor ik in zijn zachte stem. ‘We stappen bij Centraal eruit en lopen een stukje over de kade en dan gaan we bij het Muziekgebouw wat eten. Dan heb je toch een stukje Sail gezien.’ Ze knikt bevestigend. ‘Dan gaan we andere keer naar mijn kamer. Die loopt niet weg. Sail is eens in de 5 jaar. M’n kamer is er altijd.’ Ik zie haar de afweging nemen. Wellicht vergaat haar het lopen over 5 jaar minder goed af. En die kamer, kan inderdaad altijd nog. Net als zitten in het park. ‘Prima’, zegt ze. Hij z’n zin, lekker naar Sail. Zij schuift haar leesbril iets omhoog op haar neus en slaat een bladzijde van De hydrograaf verder. Nog niet slecht genoeg om weg te gooien.