Toehoorders luisteren naar het concert van Jan Hage in de Kloosterkerk

De forse Fantasie en fuga in g, het koraalvoorspel Allein Gott in der Hoh’ sei Ehr’ en tenslotte een improvisatie op dezelfde koraalmelodie. Al zag ik zelf meer overeenkomst tussen het openingsstuk en de improvisatie. Dat kwam door het improvisatorisch karakter in de uitvoering Bach en de monumentaliteit van de improvisatie. Jan Hage heeft vanmiddag in de Haagse Kloosterkerk de oren alle hoeken en gaten van orgel en kerk laten horen. Want wat is het orgel van Marcussen mooi en wat speelt Jan Hage gedreven en vakkundig. Ik was in elk geval onder de indruk.

Improvisatorische interpretatie
De grote fantasie en fuga in g, BWV 542, foutloos spelen is haast onmogelijk. Jan Hage gaf echter in zijn spel een improvisatorische interpretatie. Hierdoor ging een stukje van de accuratesse verloren,
maar daar kreeg je enorm veel enthousiasme voor terug. Het begon al met het openingsakkoord dat als een paukenslag in de kerk viel. Vanaf dat moment greep Jan Hage de toehoorder bij de kladden. De Fantasie is een akkoordenspel waarbij de spanning tot het uiterste wordt opgevoerd. De dissonanten hebben een essentiële functie in deze spanning. Ze klonken in het neobarokke plenum van het orgel van de Kloosterkerk overweldigend.

Ritmisch vernuft
De Fuga barst van de energie, terugkerende motieven, ritmisch vernuft en snelheid. Jan Hage gebruikte de Fuga om de kracht en vooral de grenzeloze verscheidenheid van het orgel te demonstreren. Hij weet natuurlijk ook wel hoe hij moet registreren. Zo liet hij de sesquialter van het rugwerk werkelijk blinken bij het koraalvoorspel van Bach. Zeker in combinatie met de plek die je als toehoorder hebt, haaks op het orgel. Dat zorgt ervoor dat je het instrument van Marcussen in het ene oor direct hoort en in het andere indirect. Het leverde voor mij een intense beleving van de helderheid van dit register op. Het klinkt zilverachtig en eerlijk, alsof een engeltje in je oor blaast.

Toetje
Het toetje van dit 3-gangenmenu dat Jan Hage opdiste voor zijn publiek was overweldigend. Hij demonstreerde niet alleen zijn kunde, maar ook zijn kennis van het instrument. Het thema dat hij koos, Allein Gott in der Höh’ sei Ehr’ kon ik niet zo snel uit dit muzikale vuurwerk halen. Maar het enthousiasme en de
vrolijke ritmes toonden dat een orgel meer is dan een contrapunctisch en stijf instrument. Het plezier in het improviseren spatte van het orgel. En daar houd ik van, als op iedere hoek van de muzikale weg een nieuwe verrassing staat en je alle hoeken en gaten van instrument en ruimte te horen krijgt. Het einde zou bij menig organist in een bombastische orgie eindigen. Bij Jan Hage gebeurde dit niet. Ergens klonk het einde als een verrassing. Alsof om de hoek nog een rij tonen staat die je nog een mep na geeft.

En dat alles in het halfuurtje van de lunchpauze.

Graag maak ik van de gelegenheid gebruik te wijzen op het jubileumconcert van de Stichting Kunstcentrum Kloosterkerk op zaterdag 4 september om 16.00 uur. Kijk voor meer info op http://www.kunstcentrum-kloosterkerk.nl/.