Aankondiging van het improvisatieconcert in de Grote Kerk te Dordrecht

Een improvisatieconcert met 3 toporganisten die het improviseren technisch en creatief tot in de puntjes beheersen. Dat komt niet zo heel vaak voor en daarom stond het concert in Dordrecht al erg lang in mijn agenda. De leermeester Bert Matter en 2 leerlingen van hem, Cor Ardesch en Berry van Berkum speelden vanavond op het koororgel, het Bachorgel van Verschueren uit 2007, en op het grote Kam-orgel dat dit jaar is gerestaureerd.

De Grote of Maria Magdalenakerk van Dordrecht

Toporganisten op 2 toporgels die in topconditie verkeren. Dat moet een topavond opleveren en dat is ook gebeurd. De 3 organisten blonken alle 3 uit in een enerzijds herkenbare stijl, maar tegelijkertijd kozen ze alle 3 een geheel eigen richting en creativiteit.

Getroffen
Het meest was ik getroffen door de 2 improvisaties van Berry van Berkum. Qua opbouw en vorm speelde hij een meesterlijke improvisatie op de ‘Lambada’ op het hoofdorgel. De populaire melodie kwam terug in ritme en thematiek, waarbij Berry van Berkum letterlijk alle registers uittrok. Vooral de sterk klassieke omspelingen van de orgelimprovisatie brachten de wereld van de populaire muziek samen met het statische, enigszins stijve imago van het orgel. Dat hij zo goed uit de voeten kon met een thema dat ik vooraf had opgegeven, beschouwde ik als een groot compliment. Een kunstenaar kan met elk thema uit de voeten en eigent zich dat toe. Bach gebruikte ook populaire liedjes als thema voor een fuga en maakte daar een op zichzelf staande compositie van. Ook zijn improvisatie over gezang 487 bezat een sterke opbouw. Dat Van Berkum zich laat meenemen door klankcombinaties en vergissingen in zijn spel betrekt, tonen dat hij improviseren leuk vindt en luistert naar wat hij doet.

Toehoorders konden thema’s opgeven voor de improvisaties, linksonder de Lambada van mij

Verleden
Het improvisatiespel van Cor Ardesch ken ik van concerten uit het verleden. Dat is snel een jaar of 10 terug. Ik moet zeggen dat hij zich sterk ontwikkeld heeft in deze periode. Neigde hij eerder weleens tot bombastisch klankvuurwerk in zijn improvisaties, zijn spel heeft veel rust gekregen. Hij kent zijn instrumenten niet alleen erg goed, hij betrekt ruimte en registercombinaties in zijn spel. Want dat maakt het improviseren op een orgel zo bijzonder. Je kunt niet alleen in tonen en ritmes de muziek bepalen, de registraties brengen de luisteraar van hard naar zacht en geven ook nog eens allemaal unieke klankleuren af. Cor Ardesch houdt nu sterker afstand in zijn spel en laat zich niet meevoeren in ingevingen. Vooral de slotimprovisatie op het Kam-orgel uit 1859 was hier een demonstratie van. Wat ik hier erg mooi vond was dat hij verschillende melodische gegevens uit het gezang 44: ‘Dankt, dankt nu allen God’, tegelijk speelde en de stemmen ook tegenspeelde en omspeelde. Dat kunnen alleen de echte meesters.

Het op Silbermann geïnspireerde Bachorgel van Verschueren uit 2007

Eminence grise
De ‘éminence grise’ was Bert Matter. Een oude rot in het improvisatievak. Iemand die zijn sporen nationaal en internationaal verdiend heeft. Voor mij was vooral zijn openingsimprovisatie op psalm 36 een feest der herkenning. Zeker de opening op het koororgel vormde een mooie opbouw waarbij de krachtige prestant en de diepe bourdon van het pedaal goed benut werden. Ook de omspeling van de melodie op de sesquialter liet de vertrouwde akkoorden horen, waarbij Matter het fraaie samenstelling van de vulstemmen goed tot zijn recht liet komen. Op het hoofdorgel vervatte Matter alles nog eens goed samen in een bondige improvisatie. Gesteund door zijn beide leerlingen als registranten.

Op het Kam-orgel uit 1859 werd het tweede gedeelte van het concert uitgevoerd

Opdringende gedachte
Dan dringt zich meer en meer de gedachte op van de leermeester die zich voorzichtig terugtrekt en zijn leerlingen die de waardevolle dingen meenemen en verder op ontdekking gaan. Zo ontstaat een school of een stroming. Dat demonstreerde dit improvisatieconcert het meest. De leerlingen zijn helemaal hun eigen weg gegaan, maar hebben wel hun stijl kunnen ontwikkelen op basis van hun leermeester Bert Matter.