De cd De Vier Jaargetijden van Albert de Klerk op zijn eigen orgel in Haarlem

Heerlijk om af en toe een cd te pakken die je al een tijdje niet meer gehoord hebt: de cd De Vier Jaargetijden waarop de Haarlemse organist Albert de Klerk (1917-1998) improviseert op zijn Adema-orgel in de Sint Josephkerk. Een cd uit 1991 uitgegeven door Lindenberg uit Rotterdam.

Momenteel ondergaat het Adema-orgel een restauratie, daarom is het extra interessant eens goed naar dit instrument te luisteren via de opname uit 1991. Albert de Klerk was in die tijd druk bezig om het werk van zijn leermeester Hendrik Andriessen (1892-1981) op te nemen.

Aan de hand van de 4 jaargetijden demonstreert Albert De Klerk de vele gedaantes die instrument en bespeler aan kunnen nemen. Alle stemmingen waarin een mens kan verkeren passeren: van vrolijk tot verdrietig, van enthousiast tot afwachtend en van ingetogen tot uitbundig. Daarbij staat de uitvoering van het moment centraal, zoals bij improviseren hoort. Dat er dan een brommertje langs de kerk rijdt, moet je voor lief nemen. Het brengt zelfs iets van de sfeer in de opnames.

Albert de Klerk hanteert wel een strakke indeling. Elk jaargetijde krijgt 4 eigen onderdelen: een vrije inleiding, een volkslied dat bij het seizoen hoort en tenslotte 2 liederen uit de christelijke traditie. Met deze opbouw ontstaat er een hele mooie compositie. Alle nummers van de cd maken samen een heel fraai werk. Wat mij betreft evenaart De Klerk zelfs de grote composities rond de 4 jaargetijden van Vivaldi en Haydn.

Ik hoor hier een organist spelen die zijn instrument van haver tot gort kent. Hij weet elke stemming weer anders te illustreren met een ander register. Het Adema-orgel is een schat aan klankkleuren en bevat een ongekende klankrijkdom. Albert de Klerk laat met de improvisatie-cd zien waarom hij bijna 64 jaar (tot zijn dood in 1998) verbonden is gebleven aan dit instrument. Het is een orgel dat De Klerk heeft ontwikkeld en dat tegelijkertijd gedeeltelijk met wat wijzigingen in 1947 en 1967 iets naar zijn hand is gezet.

Deze cd blijkt dan weer een juweeltje te zijn in mijn verzameling. Tegelijkertijd zorgt het ervoor dat ik even stilsta bij de restauratie van het Adema-orgel in de Josephkerk. Momenteel wordt dit instrument uit 1907 gerestaureerd.

De wijzigingen uit 1947 en 1967 die door Adema’s opvolger Hubert Schreurs zijn gepleegd worden gedeeltelijk ongedaan gemaakt. Zo verdwijnt de mixtuur van het Zwelwerk en wordt veel pijpwerk weer teruggeplaatst op de oorspronkelijke plekken. Dat van die mixtuur vind ik best jammer, zeker ook omdat je op de cd van De Klerk kunt horen wat voor een prachtige functie het heeft als tegenhanger van de hoofdwerk-mixtuur. Vooral met gesloten zwelwerk levert dit een krachtig gedempt geluid op. Zoals bijvoorbeeld in de improvisatie over het Twentse Paaslied ‘Christ is opgestanden’ is te horen.

Dat roept bij mij ook de restauratievraag op: is de oorspronkelijke situatie altijd de beste? Een orgel is een organisch geheel waarbij de tijd ook voor rijkdom heeft gezorgd. Zeker ook als daar zulke grote meesters als Albert de Klerk en zijn leermeester Hendrik Andriessen op hebben gespeeld.