Een interessant fenomeen ontrafelt De Pers vandaag in het artikel ‘Gods internet is nogal leeg’. Het behandelt het fenomeen van internetfilters, waar niet alleen mensen van reformatorische huize gebruik van maken. Ook andere gelovigen willen de verleiding van het www proberen te bestrijden via een veilige blokkade.

Ik ben zelf altijd nieuwsgierig naar de makers van die filters. Zij moeten immers de betreffende sites zien om ze in het filter te programmeren. Ik moet dan altijd denken aan de lijst met verboden boeken. Volgens sommigen heeft het Vaticaan een exemplaar van elk verboden boek in bezit. Je moet immers het bewijs hebben dat het boek verkeerd is. Als je het boek kent, kan het ook niet verkeerd zijn.

Een logische redenatie. Overigens spreekt men in reformatorische kringen niet over ‘verboden websites’ maar over ‘verkeerde websites’. In een reactie onder een artikel van een psycholoog wat sekssites wel niet met een ‘getrouwde man’ kunnen doen lees ik het volgende:

Ik denk dat we nog steeds het gevaar van internet onderschatten. Met een, twee klikken ben je op de verkeerde sites. Een mens is nu eenmaal geneigd tot alle kwaad (Heidelberger Catechismus vr en antw 5) geloven we dat nog?

Vervolgens vluchten ze maar in kliksafe Plus dat slechts 270.000 websites van de 234 miljoen websites wereldwijd doorlaat. Natuurlijk ben ik razendnieuwsgierig of mijn blog doorkomt via Kliksafe. Misschien is 1 vloek genoeg om op de lijst van verboden middelen terecht te komen.