Gouden koets en veegwagen. Een contrast.

De ene wagen rijdt iedere dag door de straten van Den Haag. De andere mag één keer per jaar een ritje door de Hofstad toeren van paleis Noordeinde naar Binnenhof en terug. De gouden koets en een veegwagen, ze vormen een mooi contrast. Twee werelden begroeten elkaar: de vergulde opsmuk en de alledaagse realiteit.

Een tocht waar sommigen zich voor verdringen. Dranghekken en verzwaarde bloembakken stonden klaar om toeschouwers buiten bereik van de koets te houden en auto’s buiten bereik van toeschouwers. De tocht was vroeger beduidend korter via Kneuterdijk en Buitenhof. Nu moet de tocht via de Lange Voorhout omdat de gouden koets niet door het poortje aan de zijde van de Buitenhof past. Via de Plein-kant wordt het Binnenhof opgereden. Bijkomend voordeel is dat al die oranjeliefhebbers – en dat zijn er veel – goed kunnen kijken. Den Haag was vergeven van vrouwen met rode en roze hoedjes. Vrouwen, homo’s en kinderen lijken vooral gek te zijn op Prinsjesdag.

Zwaaiende handen van publiek, kroonprins en prinses

Toch een vreemd idee zoveel pracht en praal te zien. Vergulde ornamentiek en opsmuk moeten blijkbaar de sombere boodschap verhullen. Ik ben zo pragmatisch om dan te denken dat het misschien een slok op een borrel scheelt om het hier wat rustiger aan te doen. Lees die hele Troonrede gewoon voor terwijl je op de fiets gekomen bent. Dat zit een stuk gemakkelijker als luisteraar.

Het is natuurlijk prettiger in een droom te leven dan in de realiteit. Het is leuker om de gouden koets te zien, dan een bezemwagen die troep binnenhaalt.