Ze passeert mij met de haast en de onrust waarmee een heroineverslaafde door een winkelstraat kan lopen. Het tempo houdt het midden tussen snelwandelen en rennen. De mensen die haar weg versperren, gaat ze zichzaggend voorbij. Het lijkt een onstabiele naaimachine die met losse zoom voortdenderd. Wel trefzeker. Deze vrouw op knalgele laarsjes en met een rood leren jackie dat fel afsteekt tegen de laarsjes – vloeken mag – schiet de schoenenwinkel in.

Een schoenverslaafde, besef ik. Ze heeft een schoen gezien die ze hebben moet. De schoen heeft haar niet meer losgelaten. Ze had ze gezien toen ze de knalgele laarsjes aanschafte. Ze had ze zelfs aangetrokken. Ze pasten, zaten gegoten, maar alle aandacht was uitgegaan naar de gele laarsjes. Nu vliegt ze af op de schappen waar ze een klein uurtje terug de schoenen weer had neergelegd…

Weg. De teleurstelling in de blik. Het was een aanbieding en deze waren zo mooi. Dit mag niet waar zijn. Ze klampt een verkoper aan, trekt hem weg van de klant en vraagt hem waar de schoenen gebleven zijn. Weg, gebaart hij. Ze zijn er niet meer. De verslagen blik. Het is voorbij. Geen schoenen.

Dan sprankelt hoop op haar gezicht. Misschien bij die andere schoenenwinkel. En ze vliegt de winkel uit, de mensenmassa in. Misschien… En weer passeert ze mij, de schoenenjunk op weg naar een volgende dealer in de hoop een volgende shot te scoren.